advertisement

Hanze Mag Issue 17/2011

50 %
50 %
advertisement
Information about Hanze Mag Issue 17/2011
Education

Published on February 20, 2014

Author: d4yw4lk3r

Source: slideshare.net

Description

Hanze Mag Issue 17/2011
advertisement

16e jaargang 15 juni 2011 redactioneel onafhankelijk magazine van de Hanzehogeschool Groningen | e-mail: hanzemag@org.hanze.nl | Foto: Pepijn van den Broeke | Illustratie: Paul de Vreede 17 COMMUNICATIE SPECIAL

Pianist Olga Kozlova won a great prize but lost a friend ‘I cannot imagine my plans without Rian’ The news that her teacher Rian de Waal died of cancer came as a big blow. Piano student Olga Kozlova (24), who won the second prize in the prestigious International Liszt Piano Concours in April, needs time to consider her future. ‘I will do my best to graduate, Rian wanted me to.’ How did you meet Rian de Waal? ‘It is difficult for me to talk about him. Three years ago I was studying at the Moscow Tchaikovsky Conservatoire. A Russian friend of mine told me about him. That aroused my interest. I heard some of his performances on the internet and I liked those immensely. I wrote him a letter, asking him if he would listen to my playing. I travelled to Holland, hoping he would like my music. He accepted me as a student. That was the beginning of our story. He was such a fantastic teacher, a wonderful human being. He had a lot of life in him. I never met anyone so kind. He did so much for me, a young student coming from Russia, a totally different culture. He immediately understood my problems, especially the differences in mentality between Dutch and Russian culture. He was a great friend and the best teacher I ever had.’ And your real parents? ‘I’m from a musical family. My mother plays the piano and the accordion and my father plays the bayan, a typically Russian instrument like an accordion with buttons instead of keyboard. I came from the city of Penza in Russia. My parents moved to Moscow to give a professional piano education to their two daughters. My sister Yulia, who is four years younger, has also become a What did he teach you? ‘What I learned from him was to think for myself. Before I met Rian I asked my teachers what they thought of my playing and how I could overcome problems. Rian taught me to find the answers myself. He asked me questions: Why didn’t you play well? How do you solve the problem? Do you take this solution or that one? In this way you start to think for yourself. I have become much more independent as a musician. That is very important if you want to become better.’ He also introduced you to your sponsor family. ‘Rian wrote a letter to Herman and Cora Labberté and they decided to give me a scholarship. They have a fund for musicians from eastern Europe. I lived with them in their house in Glimmen. They have become my Dutch father and mother.’ concert pianist. She works a lot with children. In Moscow I live with my husband who designs and makes furniture.’ How would you describe your style? ‘That’s very hard to do. Apart from a few really great pianists who are immediately recognizable, many pianists nowadays have an international style. German students study in Moscow, Russians go to the US and perform in Japan, there is such a lot of exchange. What I feel very strongly about is to follow the music. I try to be as different as the music is. I read a lot about the composers whose work I perform so that I know who they were and what they wanted with their music.’ Tell us about the Liszt Piano Concours in Utrecht. ‘I can just say it was a great time, a warm audience and a fantastic organization. It was difficult to go on the stage at the Finale solo and to play fifteen minutes for 1500 people... However, it went okay. Sometimes I'm quiet, sometimes very nervous. I have not found a system to control my nerves yet. Conductor Jaap van Zweden was very kind. Maybe that helped. Rian and I had discussed the repertoire very carefully. I was very enthusiastic about these Liszt pieces, because some of them are played very rarely. After I won the second prize I went on a tour in Holland, giving recitals in many cities with the Rubens Quartet.’ On 27 June you do your final exam in Groningen. ‘To me the marks are not that important. The important thing is to graduate. My dear teacher Rian wanted me to. I wanted to continue my studies at the Master’s programme with him. I cannot imagine my plans without him for a moment. I need some time to decide what to do.’ Luuk Steemers Foto: Allard Willemse 2 HANZEMAG WOENSDAG 15 JUNI 2011 [17] The upcoming months Olga Kozlova will give performances at the Peter de Grote Festival around Groningen and in other cities of the Netherlands. See www.liszt.nl/read/agenda

INHOUD Pagina 6  Versus Miljoen voor meer hbo-kwaliteitstoetsing Pagina 7 Bij de Les Facebook haalt bakzeil op het Wad Pagina 8 Navigators zijn goed voor feest en geest Pagina 10  ‘Inspectie pakt als eerste communicatieopleidingen aan’ Pagina 11  Herman van den Heuvel: ‘Accreditatietraject is nog steeds de beste meetlat’ 16 Pagina 12  Welke hogeschool gebruikt social media het best? ‘Niemand heeft of geeft het antwoord’ Pagina 14 Internet maakt dommer en slimmer tegelijk! Pagina 16 Coole apps. Een elektronische coach voor € 7,99 Pagina 17  ier dagen zonder mobiel, mail en internet. V Pagina 18  docent Moniek Delfgou mogen mobieltjes Van aan in de klas 14 15 Hoofdredactioneel 18 4int 21 Nieuwe ronde, nieuwe media Een schooljaar is altijd weer voorbij voordat je er erg in hebt. Zo ben je druk bezig met de eerstejaarsspecial, en zo besef je ineens dat je je laatste stukje van het jaar aan het tikken bent. Aan de ene kant is het beangstigend, maar het geeft ook het gevoel dat volgend jaar alles weer anders kan en mag. Nieuwe ronde, nieuwe kansen! Het is puur toeval dat we dit jaar afsluiten met een special over communicatie en nieuwe media. Dat is het gevolg van een afspraak met alle andere hogeronderwijsbladen van Nederland om gezamenlijk een special te maken. Maar het komt toevallig wel goed uit. Normaal eindigden we het jaar altijd met een afstudeerspecial en wierpen we een blik op de toekomst van de geslaagden. Nu kijken we wat algemener vooruit. Wat voor rol speelt nieuwe media in het hoger onderwijs? Zijn onze nieuwe vormen van communiceren nu een vooruitgang of worden we er juist dommer van? Kunnen studenten straks nog wel zonder smart phones? Het zijn vragen die de komende jaren vaak en veelvuldig gesteld zullen worden. Ook op de HG wordt flink geworsteld met nieuwe media. Sommige schools schrijven zelfs een algeheel verbod op mobieltjes in de les voor. Dat is vechten tegen de bierkaai. Natuurlijk hoef je als docent niet te accepteren dat niemand nog naar je luistert. Maar er lopen op de HG ook talloze docenten rond die uiterst handig gebruik maken van alle nieuwe mogelijkheden die er zijn. Lees de verhalen van Wim Oostindiër en Monique Delfgou in dit nummer maar. Goed, ik verlaat het papier en duik de virtuele wereld in. Na de vakantie behoren wij ook een beetje meer tot de nieuwe media, voorspel ik. Tot volgend jaar! Chris Wind [17] 2011 15 JUNI WOENSDAG HANZEMAG 3

Slim HG-idee: hijdoethetweerniet.nl Vierdejaars Elektrotechniek Steven van Dalen is één van de drie founding fathers van hijdoethetweerniet.nl. Op de site kunnen mensen hun computerproblemen melden. Één van de inmiddels twintig helpers van het HDHWN-team komt vervolgens aan huis om de mankementen te verhelpen. Het team bestaat uit scholieren en studenten, waardoor de HDHWN-diensten goedkoper zijn dan die van normale helpdesks. Als de helpers moeten worden geholpen, staat Steven klaar, net als de twee andere oprichters: broer Jeroen en Vincent Schot die Bedrijfsinformatietechnologie studeren aan de Universiteit Twente. Blackboard elf dagen uit de lucht De Hanzehogeschool gaat in de zomervakantie over op de nieuwe Blackboardversie. Blackboard Learn lost problemen op biedt nieuwe functionaliteiten. Tien HG-studenten van verschillende opleidingen testen de nieuwe versie en buigen zich in een studentenpanel over de communicatie. Van vrijdag 22 juli tot dinsdag 2 augustus is Blackboard niet bereikbaar. HG’ers doen er goed aan hun benodigde studie-informatie vóór 22 juli te downloaden (denk ook aan linken naar websites of filmpjes). Meer info via het secretariaat van je school. HG’ers zijn beste studentenkoks Maarten Westers, student aan het Prins Claus Conservatorium, is op 7 juni de beste studentkok van Groningen geworden. Met zijn recept van asperges, varkenshaas en dadels versloeg hij Hbo-Rechtenstudent Robert Oosterhuis en Jelmer Greijdanus, student Vastgoed & Makelaardij. Student Facility Management Rianne Kagchelland bedacht en organiseerde de kookwedstrijd voor Marketing Groningen. De gelukkige winnaar mag met drie disgenoten aanschuiven bij topkok Dick Snoek van Sterrenrestaurant Schathoes Verhildersum in Leens, die jureerde en aangenaam verrast werd door de kookkunsten van de studenten. KEI will rock you in Groningen KEI-voorzitter Jeroen van Dorp (24), vijfdejaars Scheikunde aan de RUG, kijkt uit naar de internationaal georiënteerde KEI-week. ‘Onze succesformules zijn ongewijzigd.’ Wat staat er op het programma voor de buitenlanders? ‘De hele uitstraling van de evenementen is dit jaar internationaal. Bijna negen procent van de eerstejaars komt uit het buitenland. Het programmaboekje en de website zijn in het Engels vertaald en je kunt melden dat je een internationale student bent of mee wilt lopen in een gemixte KEI-groep. Internationale verenigingen presenteren zich bij de evenementen en er treedt een Engelstalige cabaretier op. Verder is het programma natuurlijk universeel.’ Wat gebeurt er van 15 tot 20 augustus? ‘Onze succesformules zijn ongewijzigd. Op 15 augustus Rock Your Start, met de infomarkt en het openingsfeest. Handsome Poets treedt op op de Grote Markt, VJ Sacha Visser presenteert. Op dinsdag Sports & The Night of The Songs, op woensdag het Culture Festival met Silent Express en op donderdag Swim & Lifestyle. En vrijdag het grote eindfeest. Alle buitenactiviteiten zijn openbaar en toegankelijk voor andere studenten en stadjers.’ En wat is Dare To Be Aware? ‘Onze campagne om de eerstejaars bewust te maken van de verantwoordelijkheden en verleidingen in het studentenleven. Dat betekent informatie over alco- Kampioenschap voor G.S.Z.V. De Golfbreker De Groningse Studenten Zwemvereniging De Golfbreker heeft in Amsterdam beslag gelegd op het Kampioenschap in de Nederlandse Studenten Zwem Kompetitie. Na een nipt verlies tijdens de eerste ronde in Eindhoven en overwinningen in Groningen en Utrecht, pakten de Groningers de dagzege tijdens de vierde en laatste ronde in Amsterdam. De titelrace was na drie rondes al min of meer gelopen. Met name de dames waren oppermachtig. Groningers Nederlands Kampioen Vier-zonder Tijdens de Nederlandse Kampioenschappen Grote Nummers (4 en 5 juni) grepen Gyas-roeiers Jorrit Kortink en Joost Kuiper en Daan Peeters en Boris de Cort van Aegir de titel Vier zonder Stuurman op de Bosbaan in Amstelveen. Ook de eerstejaars Dames-Acht deden goede zaken met een overwinning waardoor zij afstevenen op de overwinning in het jaarklassement. Prins Claus luistert Swingin’ Groningen op De laatste editie was in 2004, maar dit jaar is het jazzevenement Swingin’ Groningen weer springlevend op 23, 24 en 25 juni. Het Prins Claus Conservatorium heeft een grote inbreng. Zo spelen de Big Band en het Joris Teepe Trio samen met de Amerikaanse jazzsaxofonist Benny Golson. Daarnaast treden veel studenten op, solo of in bandjes, zoals Daan Kleijn, Roos, Sanem Kalfa, Renske de Boer en Up on the Beat. Foto: Luuk Steemers hol- en drugsgebruik, veilige seks, de student & stadjer-campagne tegen overlast en geluidshinder en brandveiligheid. Het evenement Fatal Attraction op vrijdag staat helemaal in het teken van die campagne.’ Gaan jullie records breken? ‘In 2010 hadden we 4378 KEI-lopers. We hopen op 4400. Die moeten we nog wel zien onder te brengen.’ Hoeveel vrijwilligers heb je nodig? ‘Ongeveer duizend. 850 KEI-leiders en tweehonderd mensen voor de KEI-crew. Vrijwilligers kunnen de hele zomer langskomen bij ons pand aan de Sint Walburgstraat 22.’ Rina Tienstra www.keiweek.nl.

Hoofd Jazz Joris Teepe van het Prins Claus Conservatorium en alle zeven Amerikaanse docenten die regelmatig in Groningen les geven, kwamen op 4 juni naar het Hoornse Meer voor een wervelend optreden. Met het concert werd een muzikale week afgesloten waarin tien jaar New York Comes to Groningen werd gevierd. Op de foto Freddy Bryant (gitaar), Joris Teepe (bas) en Ralph Pederson (drums). Ondanks de harde wind waren er zo’n drieduizend toeschouwers. Foto: Pepijn van den Broeke Introkamp nekt Ganzeboom Sinds 2007 houdt de Stichting Studenten Activiteiten jaarlijks een enquête onder HG-studieverenigingen om de opinies te meten over het contact tussen de verenigingen en de instituten. Intern coördinator Koen Smilde (23) voegde dit jaar een nieuw onderdeel toe: uitreiking van de Instituut Award voor het meest coöperatieve instituut met de meest actieve dean. Henk Zwetsloot, dean van het Instituut voor Informatie- & Communicatietechnologie, sleepte de trofee in de wacht. Was het een nek-aan-nek-race? ‘Het ging uiteindelijk tussen de dean van het Instituut Marketing Management, Paul Ganzeboom en Henk Zwetsloot. HMV Actis mag van Ganzeboom geen introductiekamp organiseren. RealTime, de studievereniging van ICT, krijgt daarvoor wel groen licht. Dat was de doorslaggevende factor om Zwetsloot de titel toe te kennen.’ Wat hebben jullie nog meer gemeten? ‘We hebben de opinies van de besturen gemeten over het contact dat ze hebben met de instituten. Verder hebben we de huidige stand van zaken over de facilitaire en financiële steun in kaart gebracht. Stelt het instituut een kantoor ter beschikking, telefoons, computers? Kun je er terecht voor financiële steun? Worden er studiepunten toegekend voor bestuurlijk werk? Krijgen studenten vrij voor activiteiten die worden georganiseerd door de studievereniging?’ Hoe professioneel zijn de studieverenigingen eigenlijk zelf? ‘Om daar inzicht in te krijgen, hebben we een hoofdstuk aan de enquête toegevoegd om de professionaliteit van de studieverenigingen op een hoger plan te brengen. Punt van zorg is dat de overdracht van bestuur naar bestuur nogal te wensen overlaat. Dat zou strakker geregeld moeten worden.’ Welke vereniging steekt er met kop en schouders bovenuit? ‘Dat is niet zo eenvoudig te zeggen. Over het algemeen hebben de grotere verenigingen een grote mate van professionaliteit, maar ook de kleinste, Avoir Fiscal van Fiscale Economie, is zeer vakkundig.’ Loes Vader [16] 2011 18 MEI WOENSDAG HANZEMAG 5

Versus Zijlstra? De afgelopen jaren kwam het hbo in het nieuws door fraude met studentenaantallen, falende bestuurders en gesjoemel met diploma’s. Omdat niemand een waardeloos diploma wil, belooft staatssecretaris Zijlstra maatregelen: landelijke toetsing kernvakken, alle docenten een mastergraad en controleurs in de klas. Foto's: Luuk Steemers Theo Miljoen (56), lid hogeschoolmedezeggenschapsraad Henk van Essen (56), docent bij Verpleegkunde ‘Er zitten een paar goede elementen in de plannen van Zijlstra. Dat idee van de klassenbezoeken, bijvoorbeeld. Het zou goed zijn als tijdens accreditaties niet alleen gesprekken worden gevoerd, maar er ook lessen worden bezocht. Je zou ook hogescholen bij elkaar kunnen laten kijken, een soort peer review. Daarbij is het verstandig om hogescholen uit verschillende regio’s te combineren. Zo voorkom je dat ze goede ideeën van elkaar gebruiken om hun marktaandeel in de regio te vergroten. Binnen dezelfde opleiding kan het ook heel nuttig zijn als collega’s bij elkaar komen kijken, zolang het maar niet gebeurt om iemand af te rekenen. Versterking van de contactmomenten tussen docenten en studenten, daar moet het om gaan. ‘Zijlsta wil ook landelijke toetsen voor kernvakken of decentrale toetsen die centraal worden beoordeeld. Er mag best wat meer landelijke afstemming komen om het eindniveau te waarborgen. Alleen vind ik dat je het niet moet zoeken in toetsen. Dat geeft vreselijk veel bureaucratie en tast de professionele ruimte van docenten aan. Ook hier zie ik meer in peer reviews. Docenten van andere hogescholen die mee-beoordelen bij scripties en eindopdrachten. De eindcompetenties van de opleidingen zijn zo ruim geformuleerd dat ze te weinig houvast bieden. Die mogen, op centraal niveau, wat verder worden uitgewerkt. ‘Ik ben geen voorstander van Zijlstra’s idee dat je betere docenten krijgt als ze een mastertitel hebben. Theoriekennis is belangrijk, maar daar hoef je geen master voor te zijn. Bovendien zijn er ook opleidingen die geen master hebben, zoals fysiotherapie of sportstudies. Wat moet je daar mee? Het bezit van een mastertitel moet geen doel op zich worden. Het is een middel om het onderwijs en vooral de contactmomenten te verbeteren.’ Luuk Steemers ‘Bezopen plannen! Alsof wij in het hbo nooit aan kwaliteit hebben gedaan. Er zijn twee manieren van kwaliteitsbewaking, via accreditatie en interne audits. Om misstanden te voorkomen, kun je die huidige kwaliteitssystemen aanscherpen. Zijlstra wil dat er landelijke examens gemaakt worden en dat ze gecontroleerd worden. Prima, zet mij maar in zo’n commissie, dat hou ik wel uit tot mijn pensioen. Deze maatregel kost heel veel geld. Hoeveel geld is er de afgelopen vijftien jaar van het hbo afgenomen? Hoeveel van ons bruto nationaal product (BNP) gaat naar onderwijs? Niet veel in vergelijking met de ons omringende landen. Ik werk twintig jaar als docent op de HG, maar heb een aantal jaren geen les gegeven. Nu ik weer voor de klas sta, schrik ik van de uren die docenten krijgen. Ik heb als ervaren docent weinig voorbereidingstijd nodig, maar kom toch niet uit met mijn uren. ‘Dat docenten hoger opgeleid moeten zijn dan de mensen die ze opleiden, vind ik op zich geen slecht idee. Als je naar Life Science & Technology kijkt, heeft een hoog percentage chemie gestudeerd. Maar bij Verpleegkunde zijn het vaak verpleegkundigen met een docentenopleiding. In het beroepsonderwijs is het contact met het werkveld belangrijk. Je moet met één been in de praktijk staan. Dan heb je misschien geen master, maar wel genoeg kennis en ervaring. Alsof je je competenties alleen kunt krijgen door een mastergraad. ‘Kwaliteit bevorder je door docenten bij elkaar in de klas te laten kijken. Door jonge docenten te coachen en van elkaar te leren. Dat mis ik ontzettend. Zo zorg je er als vakbekwame docenten voor dat de kwaliteit van het onderwijs scherp wordt gehouden.’ 6 HANZEMAG WOENSDAG 15 JUNI 2011 [17] Loes Vader

Slechts twaalf van de 26 tweedejaars Communicatiesystemen wisten op maandag 30 mei de verleiding van het Noorderplantsoen en de Hoornse Plas te weerstaan voor een college argumenteren en debatteren van Anet Doornbos. Foto: Luuk Steemers De ramen staan wagenwijd open in lokaal C204, een zwoel tropisch briesje vermengt zich met een vleugje koeienmest van het Groninger land. Klas CSV2C krijgt tien minuten de tijd om de puntjes op de i te zetten voor een goed gefundeerd crossmediaal communicatieadvies aan Natuurmonumenten. De stelling luidt: Natuurmonumenten moet Facebook inzetten om Waddenfans te verzamelen. Anet verdeelt de groep in drieën. Vier studenten zijn voor en moeten alle relevante pro’s van de stelling zien te vinden. De contra’s moeten Facebook als communicatiemiddel zien te tackelen. De studenten gaan met behulp van het academische debat, een model om je visie als adviseur aan te scherpen, effectief leren discussiëren. De overige vier studenten krijgen de rol van jury en houden nauwkeurig bij hoe de stelling verdedigd en aangevallen wordt. Voor Facebook ‘Volgens het Varaprogramma Vroege Vogels is het aantal Waddenfans extreem gedaald. Facebook daarentegen groeit met 25 procent tot 4,3 miljoen leden. Facebook is een laagdrempelig medium om fans te verzamelen.’ ‘Facebook is internationaal, dus bij de les Facebook haalt bakzeil op het Wad bereiken we ook buitenlandse Waddenfans. De kettingreactie van het medium zorgt ervoor dat als één lid fan wordt, andere vrienden ook fan worden.’ ‘Een campagne om leden te werven is duur. Natuurmonumenten wil het geld besteden aan de natuur in plaats van aan dure campagnes, zoals het Wereld Natuurfonds doet. Facebook is gratis, dus is er geen belemmering om fan te worden.’ Tegen Facebook ‘Het gaat goed met de Waddenzee. Het Wad staat hoog op de politieke agenda. Daarbij komen de meeste inkomsten van Natuurmonumenten binnen door subsidies en sponsoring, zoals van de Postcodeloterij. Daar kun je je beter op focussen dan op Facebook. ‘Het kost enorm veel tijd om feedback te geven via Facebook’ ‘Fans kunnen schadelijke en irrelevante informatie posten. Dat kan een kettingreactie met negatieve publiciteit veroorzaken waar je geen grip op hebt. Daarbij filtert Facebook de informatie.’ ‘Een groot nadeel is dat de lay-out niet is aan te passen.’ ‘Natuurmonumenten heeft geen fans op Facebook nodig.’ Voor Facebook ‘Waarom heeft Natuurmonumenten geen fans nodig? Welke subsidieverstrekker trekt de knip open als er geen fans zijn? Het is ook absoluut niet nodig om de lay-out van Facebook aan te passen zolang je je eigen logo maar kwijt kunt.’ Tegen Facebook ‘Facebook geeft geen creatieve vrijheid. Als je een video-intro of prijsvraag wilt posten, moet je doorlinken naar je eigen site. Er is niets nieuws of innovatiefs aan dit sociale medium. Je kunt beter andere opties overwegen.’ Vrije discussie Voor: ‘Het ledenaantal daalt. We moeten iets doen!’ Tegen: ‘Door een overkill aan berichten, worden veel berichten niet gelezen. Hetzelfde geldt voor foto’s.’ Voor: ‘Facebook is gratis.’ Tegen: ‘Je hebt altijd een externe website nodig. Je blijft doorlinken naar andere websites.’ Voor: ‘De kettingreactie is hét grote voordeel van sociale media.’ Tegen: ‘De ketting kan net zo goed negatief zijn als het bericht negatief is.’ Voor: ‘Wat kan er nou negatief zijn aan een mooie Waddenfoto?’ Tegen: ‘Anderen plaatsen berichten waar Natuurmonumenten geen invloed op heeft.’ Slotpleidooi Tegen ‘Facebook is nu gratis, maar kun je garanderen dat het altijd gratis blijft?’ ‘Er is veel tijd nodig om Facebook upto-date te houden.’ ‘Er zijn veel nieuwe social media zoals Twitter, dus waarom Facebook?’ ‘Om draagvlak te creëren heeft Natuurmonumenten geen fans nodig, en al helemaal geen fans van Facebook.’ Voor ‘Tijd is een goede investering.’ ‘Leden en fans zijn essentieel om draagvlak te creëren.’ Jury De jury vindt dat de tegenstanders van Facebook genoeg twijfel hebben gezaaid over het nut van het medium. Facebook haalt bakzeil op het Wad. Loes Vader [17] 2011 15 JUNI WOENSDAG HANZEMAG 7

Op bezoek bij de borrelende zusters en broeders Navigators zijn goed voor feest en geest God is Liefde en Morgen Is Het Bier Gratis. Dat lijkt op twee zielen in één borst, maar de mix van godsdienst en gezelligheid is goed te pruimen voor de 450 leden van de Navigators Studentenvereniging Groningen. Mej. C. Roke staat er op haar fleurig geblokte gilet. ‘Gilet? Nee hoor, wij zeggen altijd vest’, zegt Charlotte. Om half elf is ze één van de eerste aanwezigen op de borrel in Domus Veritatis (Huis van de Waarheid), het thuishonk van Navigators Studentenvereniging Groningen. Het lidmaatschap van de sociëteitscommissie brengt nu eenmaal verantwoordelijkheden met zich mee. En het wordt een avondje, vanavond: om twaalf uur staat de bekendmaking van het nieuwe bestuur op het program. Charlotte drinkt een glaasje water, overziet de kroeg en werpt een tevreden blik op het barteam dat glazen stapelt en spoelbakken schoonmaakt. Brugse Zot voor € 2,50 Van 1987 tot 2005 huisde Chinees restaurant Ni Hao aan de Hereweg nummer 1. En als de wilde plannen van de gemeente doorgaan, zal het pand over een paar jaar moeten wijken voor de aanleg van de tramlijn. Tot die tijd huizen de Navigators aan de Hereweg. Toch jammer dat de Hereweg geen Heereweg meer heet, want in den Heere zijn ze allemaal, de 450 leden van de op drie na grootste studentenvereniging van Groningen (Vindicat, Albertus en Dizkartes hebben meer leden). Het maakt niet uit waar de leden kerken. Van protestant tot katholiek, iedere christen is welkom. God is Liefde staat er boven de ingang van de toiletten. Aan de muur naast de toog staat het motto van de vereniging: Christus noscere et aperire, wat zoveel betekent als: Christus kennen en Hem bekend maken. Wie zich van die spreuk afkeert en zich een halve slag omdraait, leest boven de garderobe een andere spreuk: Morgen is het bier gratis. Pal boven het urinoir in het herentoilet hangt een straatnaambordje: Heinekenplein. En inderdaad, Domus Veritatis heeft Heineken op de tap. En Brugse Zot, dat voor 2 euro 50 uit de tapkraan vloeit. ‘Gezelligheid’, zegt Charlotte, ‘Navigators is goed voor feest en geest.’ Bestraffende blik en politesse! Het is elf uur als het bier in groten getale doorkomt. De barmannen werken zich in het zweet, geroutineerd tappen ze stapels glazen vol. Domus Veritatis zit stampvol. Hier eindigt hun navigatorsavond die om acht uur begon in de kringen, groepen van vijf à zes navigators die zich tweewekelijks buigen over Bijbelteksten. De kring van Charlotte speurde vandaag naar de boodschap van Romeinen 14: Aanvaard elkaar, zoals Christus u heeft aanvaard. ‘De kern is’, verduidelijkt ze, ‘dat christenen andere mensen niet moeten veroordelen, zoals Jezus ook niet deed.’ De navigators lezen de Nieuwe Bijbelvertaling die in 2004 uitkwam. De staf, het geestelijk orgaan van de vereniging, levert extra leesvoer waarmee de kringdiscussies aan diepgang kunnen winnen. De vereniging is opgesplitst in kleinere eenheden, deze disputen tellen een man of twintig. De gemengde disputen, 8 HANZEMAG WOENSDAG 15 JUNI 2011 [17] waarin studenten uit alle jaren zitting hebben, dragen namen als Syrah, Nom Shika, Ceritus en Cupido. De bijbehorende wapenschilden hangen aan de muur tegenover de toiletten. De biermeters, plateaus waarmee de disputen hun gele prinsjes ophalen, vormen een bron van jool: een concurrerend dispuut wil ze nog wel eens ontvreemden of verminken. Als de bel boven de bar klingelt, gaat de muziek uit en moeten de aanwezigen zwijgen. Wie blijft roezemoezen kan een bestraffende blik verwachten, of een luid verzoek om politesse (hoffelijkheid). Oh’en ah’s gedragen door gebed Kwart over elf: een lid van het dispuut PhalanX vraagt met een door bier gesmeerde stem aandacht voor Judith Kwakkel en Eduard van der Zwaag die de jaarlijkse liftwedstrijd op hun naam wisten te schrijven. Luid gejuich stijgt op. Dezelfde loftuiting krijgt een lid dat aankondigt dat zijn dispuut een nieuwe biermeter in ontwerp heeft. Net na het middernachtelijk uur verschijnt de preses van de vereniging, de goedlachse mej. Post. Ze draagt een ferme zonnebril met wit montuur. ‘Dat is’, zo spreekt ze luid en duidelijk, ‘om te symboliseren dat jullie nog in het duister tasten. Maar nu…’ Mej. Post zet haar zonnebril af, ‘is de tijd aangebroken om jullie het licht te laten zien. Mag ik jullie aankondigen: het kandidaat-bestuur voor het jaar 20112012. Onder de bezielende leiding van de heer… Biesbroek.’ Oh’s en ah’s klinken, geschreeuw, gejuich, vreugde. Dan zet geheel Domus Veritatis het verenigingslied in. Statig fier, de borst vooruit/ met vastberaden tred/ het bloed dat door onz’ aad’ren stroomt/ gedragen door gebed. Tekst en foto: Boudewijn Otten

frick De schreeuwers 'Hoe meer smartphones hoe beter' Wim Oostindiër (62) is docent Spaans en Chinees en Helo-manager bij de International Business School. Hij draagt sociale media een warm onderwijshart toe. Zijn tablet staat altijd aan. ‘Toen ik het nieuws over het wel of niet uitzetten van mobieltjes in het voortgezet onderwijs volgde, dacht ik: in ons onderwijs is dat compleet anders. Elk jaar dat er meer mobieltjes en smartphones komen, wordt het leuker. Hoe meer, hoe beter, dus. Dit wordt het jaar van de tablet. Veel beter dan zo’n grote laptop en je hebt zo’n ding al voor honderd euro! De combinatie met het digiboard is ideaal. Vooral de smartphone is een prachtig interactief medium. Die interactiviteit is de grootste meerwaarde van de social media. Ik noem het wel cloud-teaching, lesgeven vanuit de wolken. Met een didactisch plan op de achtergrond kun je studenten makkelijker verleiden tot leren. Via Facebook kun je natuurlijke en informele leermomenten inbouwen. Vlak voor het tentamen bijvoorbeeld. Dan zijn de studenten allemaal gefocust op wat ze nu precies wel of niet moeten weten en welk vocabulaire ze kunnen gebruiken. Als ze twintig pagina’s Spaans moeten bestuderen, moeten ze zelf uitvinden wat ze wel of niet belangrijk vinden en welke woorden ze zouden gebruiken in een samenvatting. Ze kunnen dat met de hele groep via Twitter en Facebook gaan schiften. Van alles wat we op het digiboard met Facebook en Twitter doen, maak ik automatisch links. ‘Als docent maak je op deze manier ook deel uit van hun Facebook-bestaan. Niet dat ik álles lees, natuurlijk. Maar ik zie wel wat studenten interesseert en wat ze doen. Je krijgt sneller inzicht in hun omgang met de wereld om hen heen, inclusief hun studiegedrag. Daar hoef je veel minder voor te doen dan vroeger. Zelf speel ik daarop in op met opdrachten uit de actualiteit. Neem de EHECuitbraak bijvoorbeeld, en de Spaanse komkommers. We zijn in Spaans-5 bezig met de verleden tijd en ik stuur ze dan een krantenkop toe: Spanjaarden er- geren zich aan Duitsland. Daar kunnen ze op reageren door er een commentaar op te schrijven. In onze Language-Focusweek houden studenten zich bezig met de taal die ze gekozen hebben. Bij mij moeten ze dan ieder half uur een tweet in het Spaans sturen. Tweets die ik qua inhoud en taal goed vind, merk ik aan als favorite. Die bewaar ik en verwerk ze in hun cijfer. ‘Twitter is anoniemer dan Facebook. Je kunt er gemakkelijk mee inspelen op culturele verschillen. Dat werkt heel goed bij onze Chinese studenten. Die zijn vaak bang voor gezichtsverlies: in de klas durven ze geen vragen te stellen of antwoorden te geven. Daarom maak ik in mijn workshop Chinglish, die ik in Beijing geef, veel gebruik van de Chinese twittervariant. De Chinese grammatica is zo anders dan de Engelse, dat de cursisten soms hele rare fouten maken. Hun anonieme vragen en antwoorden verschijnen op mijn digiboard. Ik verbeter ze dan zo dat de inhoud hetzelfde blijft, met de juiste vertaling. In China zijn ze trouwens nog niet zo ver met het gebruik van sociale media als wij. Maar Amerikanen gebruiken ze altijd. Via de Evernote-app op hun smartphones maken ze aantekeningen en foto’s van de presentaties op het digiboard, die ze automatisch downloadt naar het internet, en die ze overal kunnen oproepen. ‘Mijn tablet staat altijd aan als ik lessen voorbereid. Dan zet ik in ons Spaanse Facebook: over twintig minuten gaan we los met de imperatief. Via search.twitter.com kan ik zien of bepaalde woorden die ik wil gebruiken nog wel up-to-date zijn of bijvoorbeeld alleen in Argentinië worden gebruikt. Het is dus ook goed voor mijn eigen Spaans. ‘Ik zie maar één nadeel: voordat je het weet, ben je volkomen afgeleid. Je moet de rode draad en de structuur niet uit het oog verliezen. Voor je het weet, ben je een fragmentatiebom geworden.’ Tekst en foto: Rina Tienstra Er zijn bedrijven die nooit ofte nimmer reclame maken. Dat zijn meestal bedrijven die goede producten op de markt brengen. Hogeschool Inholland liet spotjes uitzenden op landelijke tv- en radiozenders. Heel vroeger hadden de meeste plaatsen een gezamenlijke waterpomp. De dorpsbewoners dromden daar bijeen om nieuwtjes uit te wisselen. Ze klepten over welke boer in de omgeving de fijnste waar verkocht. De boer nam niet de tijd om reclame te maken (vermoedelijk wist hij niet eens wat dat was). Nee, hij werkte zich in het zweet om mooie gewassen te produceren, die hij eens in de zoveel tijd naar de markt bracht. Op een gegeven moment moet er een boer zijn geweest die ontdekte dat hij meer verkocht als hij hard schreeuwde dat hij de beste spulletjes had. Sindsdien schreeuwen marktlieden. Sommige mensen denken dat het product dat ze willen verkopen, minder belangrijk is dan het schreeuwen. Tot halverwege de jaren tachtig werd er in het hbo niet geschreeuwd. Toen besloot het eerste kabinet-Lubbers dat de honderden kleine scholen moesten fuseren tot grote hogescholen die bedrijfsmatig moesten werken. Dik twintig jaar later kunnen we vaststellen dat dat uitstekend is gelukt. Hogescholen gingen meer en meer op bedrijven lijken. En hbo-bestuurders vertoonden ook steeds meer overeenkomsten met topmannen uit het bedrijfsleven. Allengs vielen er in het hbo woorden als klant, rendement, marktaandeel en concurrentie. Ineens waren daar de schreeuwers. Het bedrijfsmatigst was het conglomeraat dat uitgroeide tot Hogeschool Inholland. Tot september 2011 is Inholland de grootste hogeschool van Nederland. Want het is uit met de pret. Inholland verkocht inmiddels zoveel knollen voor citroenen dat scholieren zich maar mondjesmaat voor een opleiding in Holland aanmelden. Bestuurder Doekle Terpstra overweegt nu om de gewraakte hogeschool een andere naam te geven (kost al gauw een tonnetje of twee). Dit idee is hem vast ingefluisterd door de schreeuwers, de communicatiedeskundigen en de imagoexperts. Het zal niet baten. Er is maar één ding dat baat: goed onderwijs geven. Dat onderwijs moet zo goed zijn dat studenten en docenten er bij de dorpspomp over praten. Of in de moderne varianten daarop: de sociale media. Sociale media zijn de succesvolste bedrijven van deze eeuw. Facebook en Twitter maken nooit reclame. Hajo Frick [17] 2011 15 JUNI WOENSDAG HANZEMAG 9

Betoog: communicatie-opleidingen in een kwaad daglicht Iedereen communiceert, dus iedereen is deskundig De kwaliteit van het hoger beroepsonderwijs staat ter discussie. Vooral opleidingen met een communicatiecomponent zouden onder de maat zijn. Dat is logisch, want werkelijk iedereen waant zich een communicatiedeskundige. Een vliegtuigongeluk, een verkiezingsnederlaag, een verloren wedstrijd. Bij vrijwel elke catastrofe stelt men achteraf vast dat het heeft geschort aan de communicatie. De Onderwijsinspectie constateerde onlangs dat er opleidingen zijn die te makkelijk diploma’s uitreiken. En welke opleidingen noemt de Onderwijsinspectie, en in haar kielzog de pers, het meest? Juist, communicatie-opleidingen. Hier kan sprake zijn van een zichzelf waarmakende voorspelling, want de conclusies van de Inspectie zijn gebaseerd op een steekproef die werd samengesteld op grond van vermoedens, geruchten en (anonieme) klachten. En aan het nut van welke opleidingen wordt sowieso vaak getwijfeld? Juist, communicatie-opleidingen. kers (wie wil daar niet bijhoren?) en de luie donders (wie schaart zichzelf met trots onder deze groep?). Het zijn voorbeelden van wat beroepsmatige communicatie voor veel mensen inhoudt: een trukendoos waaruit gehaaide lieden naar believen graaien om brave burgers op het verkeerde been te zetten. Enquêtes wijzen steevast uit dat beroepen waarin communicatie professioneel gereedschap is, weinig aanzien hebben. De (auto)verkoper, met een cursus verkooptechnieken op zak. De politicus, met z’n staf voorlichters en spindoctors. De callcentermedewerker, met zijn verkoopscript. Trukendoos voor gehaaide lieden Mensen die zich opwerpen als communicatiedeskundige roepen al snel weerstand op, of op z’n minst gefronste wenkbrauwen. Communicatie, kun je daar je beroep van maken? Dat komt omdat ieder mens communiceert. Iedereen heeft dus wel een mening over wat goede en wat slechte communicatie is. Die opvattingen kunnen enorm verschillen. Zelfs premier Mark Rutte, die sinds enige tijd wordt geroemd om zijn communicatieve vaardigheden, is niet voor iedereen the great communicator. Sommige mensen ergeren zich aan de door Rutte vaak herhaalde uitspraak dat de staat geen geluksmachine is. Hiermee suggereert de premier namelijk dat er mensen zijn die vinden dat de staat wél een geluksmachine is. Diezelfde Rutte zegt dat zijn partij opkomt voor de hardwerkende Nederlander. Daarmee zaait hij tweespalt tussen de harde wer10 HANZEMAG WOENSDAG 15 JUNI 2011 [17] De reclameman, de journalist. Aan al deze beroepen kleeft een geurtje van onbetrouwbaarheid. Het gebefte geboefte Een stijger met stip in deze lijstjes is de advocaat. Het is de taak van de advocaat om feiten zo te presenteren dat hij het belang van zijn cliënt het best dient. Van zaken die de cliënt belasten maakt de advocaat een bagatel, dingen die de cliënt ontlasten vergroot hij uit. Zelfs de naam van dit edele handwerk van het gebefte geboefte is veelzeggend, om niet te zeggen misleidend: waarheidsvinding. Al deze beroepsbeoefenaren gebruiken communicatiemiddelen waarmee ze de mening van anderen beïnvloeden. Ze doen dat vanzelfsprekend vaak met de beste bedoelingen, maar toch wringt hier de schoen. Communicatie wordt namelijk al snel ervaren als manipulatie. Zeker als het communicatieve handelen al te nadrukkelijk gebeurt, wekt het allergische reacties op. Vooral als de boodschap hen niet bevalt. Wat leert een student tijdens een communicatie-opleiding? Wat leert hij in die vier jaar op de school voor journalistiek? Manipuleren, zeggen de inmiddels spreekwoordelijke Henk & Ingrid. Maar zij niet alleen. Rioolratten en Inholland Communicatiedeskundigen en journalisten zeggen het ook met duivels genoegen over elkaar. De beroepsgroepen zijn water en vuur. De leerboeken van communicatie waarschuwen voor het vileine journaille, de rioolratten die zomaar de vraag kunnen stellen: Zo, meneer, u slaat uw vrouw en kinderen niet meer? Bij journalistiek maken ze communicatie zwart: als er een vliegtuig is neergestort, wil de PR-afdeling dat je in de krant schrijft dat er 378 vliegtuigen keurig zijn geland. De Onderwijsinspectie en de Tweede Kamer willen, na de recente steekproef en troebelen bij Hogeschool Inholland, een breed onderzoek naar de kwaliteit van hbo-opleidingen. Een hele klus, want dat zijn inmiddels meer dan duizend opleidingen. De onderzoekers zullen ergens moeten beginnen. Je hoeft geen nostradamus te zijn om voorspellen welke opleidingen het eerst onder de loep worden genomen. Juist. ‘Ik spreek een andere taal: Illustratie: Xiao Feng Chiu & Mathieu van der Bij Boudewijn Otten

Herman van den Heuvel over kritiek op hbo-kwaliteitsmeting ‘Windowdressing? Ik dacht het niet’ Herman van den Heuvel heeft twintig jaar ervaring met accreditaties, visitaties en, vooral, zelfevaluaties op de Hanzehogeschool. Aan de huidige praktijk zitten haken en ogen, erkent hij, maar een goed alternatief voor het meten van onderwijskwaliteit is er niet. Pure arbeidsverschaffing en verspilling. Zo noemt een anonieme docent het opstellen van zelfevaluatierapporten in de Volkskrant. Een zelfevaluatierapport is de eerste stap in het proces dat eens in de zes jaar moet leiden tot het goedkeuringsstempel van de NederlandsVlaamse Accreditatie-organisatie (NVAO). Een zelfevaluatierapport is, zegt een manager in hetzelfde artikel, een kostbaar, perfect gedirigeerd communicatieproduct met de juiste hoeveelheid zelfkritiek. Dat het kostbaar is, erkent Communicatiedocent Herman van den Heuvel (62) subiet. Uit Van den Heuvels pen vloeiden de laatste drie zelfevaluatierapporten van het Instituut voor Communicatie & Media. ‘Het is bloed, zweet en tranen. Enorm veel werk. Voor mij en alle andere mensen die eraan meewerken. In het rapport houd je de opleiding tegen het licht aan de hand van de criteria die de NVAO voorschrijft. De enorme brij aan gegevens die daarvoor nodig is… ja, dat kost tijd en geld.’ Perfect gedirigeerd, dat klinkt pijnlijk. ‘Ik heb nooit enige sturing ervaren. Behalve dan van de leidraad van de NVAO. Die zelfkritiek is bijvoorbeeld een verplicht onderdeel van het rapport. Een andere vraag is hoe je die zwakke punten formuleert. Ik vind het niet vreemd om dat zo te doen dat je er zo goed mogelijk op komt te staan. Als je je auto wilt verkopen, is het niet handig om de deukjes te verbergen, maar ze accentueren gaat ook wat ver. In een zelfevaluatierapport benoem je dus de gebreken én de concrete maatregelen die tot verbeteringen moeten leiden.’ Zoals? ‘Communicatie heeft te veel studenten die te lang over hun studie doen. Eén van de redenen is dat ze in de laatste fase van de opleiding nog vakken uit de eerste twee jaar moeten doen. In het laatste zelfevaluatierapport stellen we dat studenten pas aan hun derdejaarsstage mogen beginnen als ze bijna alle vakken uit het eerste jaar hebben gehaald. En als ze in het vierde jaar aan hun eindopdracht willen beginnen, moeten ze de stage en alle vakken uit het tweede jaar met goed gevolg hebben afgerond. Zo prikkelen we studenten om vaart te maken.’ Nadat een opleiding het zelfevaluatierapport heeft opgesteld, volgt een zogeheten proefvisitatie. Daarin bereiden medewerkers van de hogeschool de te visiteren opleiding voor op het bezoek van de visitatiecommissie (of zoals dat tegenwoordig heet: het visitatiepanel). In een proefvisitatie leren de betrokkenen trucjes waarmee ze het panel om de tuin kunnen leiden. ‘Daarin ligt de veronderstelling besloten dat de opleiding zelf vindt dat ze niet deugt. Maar dat is onjuist. Medewerkers zijn er juist meestal van overtuigd dat ze goed werk leveren. Ook de meeste studenten die met het panel in aanraking komen zijn goed te sprekendecanaat Het over de opleiding.’ allemaal niks kan schelen, zie je niet in inspraakorganen.’ Vervolgens, zo’n maand na de proefvisitatie, vindt de visitatie plaats. Het panel, een door een commercieel bureau samengestelde commissie van deskundigen, praat een dag lang met docenten, studenten, leidinggevenden en bestuurders. Poppenkast noemen de critici het. De beste toetsen worden neergelegd, zegt een ouddocent in de Volkskrant, alles is gescreend, geoefend en getraind, het is allemaal windowdressing. ‘Ja’, erkent Van den Heuvel, ‘Perzische tapijtjes op tafel, een bloemetje hier en daar, lekkere broodjes. Tijdens de visitatie is dat allemaal goed voor elkaar. Maar windowdressing? Ik dacht het niet. Bij de visitatie van 2010 moesten we vooraf zo’n veertig afstudeerwerkstukken opsturen. Da’s iets heel anders dan de drie beste van de afgelopen tien jaar. Zo’n commissie krijgt best een aardig beeld. We leggen de loper voor ze uit, maar als iemand van de loper wil afstappen, hou ik hem echt niet tegen. Laat ze maar kijken. Laat ze maar streng zijn.’ Van de politiek moet het allemaal nóg strenger. ‘Op het oog wel. Landelijke examens, de inspectie die onaangekondigd in de klas komt zitten. Het huidige accreditatietraject geeft een enorme rompslomp, er zitten haken en ogen aan, maar richt zich wel op de inhoud van Studenten van de Hanzehogeschool kunnen bij de studentendecanen aanhet onderwijs. De Onderwijsinspectie Omdat negatievelingen mee zitten. De decanen hebben een luisterend oor en hun mond kloppen als ze ergens kijkt doorgaans of een opleiding aan moeten houden. kennis van regelingen, rechten en plichten. Ook kunnen ze bepalen of de de ‘O ja? Het zijnnood in aanmerking komt voor ondersteunendealles op papier goed meestal studenten die wet voldoet, of die maatregelen. student in zittingdecanen zijn gevestigd in kamer A1.05 van geregeld. Dat is minstens zoveel hebben in opleidingscommisheeft de Van DoorenVeste, ZerniDe sies of in medezeggenschapsraden.mail: studentendecanen@org.hanze.nl). Dat bureaucratie, en het zegt waarschijnlijk keplein 11. (Tel. 050 – 5954028, zijn vaak de studenten met een kritiminder over de onderwijskwaliteit.’ sche houding, studenten die knokken voor goed onderwijs. Studenten die dat Tekst en foto: Boudewijn Otten ‘Ik spreek een andere taal: Zelfevaluator Herman van den Heuvel: ‘Critici gaan er ten onrechte van uit dat de opleidingen zelf vinden dat hun onderwijs niet deugt.’ [17] 2011 15 JUNI WOENSDAG HANZEMAG 11

De opmars van nieuwe media in het onderwijs 'Laat ze eerst maar leren spellen’ Twitter, Facebook, iPads, YouTube en wat al niet: er groeit een generatie met ict en sociale media op. Maar wordt dat allemaal ook in het onderwijs op de hogescholen ingezet? Hier en daar wel. ‘Sommige docenten zweren bij een bord en een krijtje.’ Wielrenner Michael Boogerd had er de pest aan, althans in de laatste fase van de koers: het kleine speakertje in zijn oor, beter bekend als het oortje. Zijn ploegleider brulde er vanuit de volgauto de ene na de andere opdracht in. De renner werd daar zo zenuwachtig van dat hij het ding uit zijn oor rukte en verder op eigen inzicht de finale inging. Bij de Pedagogisch Technische Hogeschool (PTH) van Fontys zijn ze er ook achter: als je een student via een oortje begeleidt, moet je niet te veel roepen, hooguit vier, vijf woorden. Een gouden vondst, dat simultaan coachen van leraren in opleiding. De student staat voor de klas en krijgt meteen feedback van zijn begeleider, die ziet en hoort wat hij doet. Meer oogcontact, of Concretere vraag stellen, klinkt er in het oortje, waarop de student zijn gedrag meteen kan aanpassen. Oortjesproject Paul Dirckx, projectmanager Ict & Techniek bij de PTH-Fontys: ‘We maakten al video’s in de klas en bespraken die dan naderhand met de student. Toen dachten we dat het mooi zou zijn als je op het moment zelf kon bijsturen.’ Daarmee was het idee geboren. In 2006 ging het oortjesproject van start. De studenten, zo bleek al snel, moeten even wennen. Maar daarna zijn ze enthousiast, ze voelen zich veiliger en zekerder. Nu komt er een vervolgproject waarbij de begeleider zich niet meer in de buurt of zelfs in de klas ophoudt. Hij kan de presentatie op afstand volgen en ingrijpen, gewapend met een laptop of iPad. Het Innovatieprogramma van Surfnet/Kennisnet vond het project zo vernieuwend dat het er een flink bedrag aan subsidie voor over heeft (maximaal tienduizend euro). Geen flauw idee Als we willen weten hoe het zit met de penetratie van nieuwe media in het hoger beroepsonderwijs is dat antwoord allicht bij Surfnet/Kennisnet te vinden. Daar komen immers de subsidieaanvragen binnen. Het is de enige optie, want de HBO-Raad, de koepel van Nederlandse hogescholen, heeft geen flauw idee wat de aangesloten leden op dit terrein uitspoken, meldt een woordvoerder. Voor hogescholen geldt hetzelfde: geen mens heeft overzicht. Kennelijk liggen die dingen gevoelig. Welke instellingen voorop lopen? Is het hbo actiever dan de universiteiten? Surfnet heeft of geeft het antwoord niet. ‘We verzamelen geen kwantitatieve gegevens’, zegt communitymanager onderwijs, Kirsten Veelo. ‘We zijn bang om instellingen voor het hoofd te stoten.’ Geen landelijke cijfers, dus. Maar indrukken van mensen in het veld zijn er genoeg. Marijke Kral is lector Leren met ICT op de Hogeschool van Arnhem & Nijmegen. ‘Het is afhankelijk van de toevallige docent, de ene werkt er wel mee, de andere niet. Het begint nu voorzichtig te komen, we zitten nog in een verkennende fase, en dan meestal bottom-up. Docenten die het privé niet gebruiken, zullen er in het onderwijs evenmin snel toe overgaan.’ Maar de wereld digitaliseert en de digitale geletterdheid zal hoe dan ook moeten toenemen. Krals advies: ‘Maak er een 12 HANZEMAG WOENSDAG 15 JUNI 2011 [17] formeel leerdoel van in alle onderwijssectoren.’ Niet moeilijk doen Dat is Thomas van Aalten uit het hart gegrepen. De docent Crossmediale Vaardigheden aan de Hogeschool van Amsterdam vindt dat het hbo veel méér moet doen met nieuwe media. ‘Je moet aansluiten bij de wereld van je studenten. Bij onze opleiding Media, Informatie & Communicatie zitten alle studenten op Twitter, daar helpen ze 'Als ik een blunder maak, staat die voor eeuwig op Youtube' elkaar. De docent komt er later bij. Docenten moeten niet moeilijk doen over werktijden. Als ik ’s avonds op de bank naar de tv lig te kijken en een student twittert of iemand weet hoe je een freeze frame maakt, reageer ik meteen: “Hoe doe je het normaal? Heb je al een handleiding gezocht?” Binnen vijf minuten is de student verder geholpen, anders had-ie een dag moeten wachten.’ Van Aalten ziet de afkeer van het gebruik van nieuwe media op zijn eigen hogeschool: ‘Stafleden honen innovatieplatforms weg. “Toekomstmuziek, laat ze eerst maar leren spellen”, hoor je dan.’ Weerstand onder docenten tegen sociale media bestaat, weet ook HAN-lector Marijke Kral: ‘Vooral over twitter wordt gezegd dat het nergens over gaat, dat het oppervlakkig is. Terwijl het gewoon een andere manier van communiceren is.’ Vier bezwaren en een kulargument Weblectures, het opnemen van colleges en die vervolgens op het net zetten, lijken in het hbo wel een beetje ingeburgerd. Pim Schonk, docent Digitale Communicatie aan de faculteit Communicatie & Journalistiek van de Hogeschool Utrecht, is er al enige tijd mee in de weer. ‘Je hoort vier bezwaren. Dat de aanwezigheid van studenten terugloopt als ze het college ook thuis kunnen bekijken. Niet erg, dat zijn net de minder gemotiveerden die anders op hun laptop zitten te gamen tijdens de les. Die mogen van mij wegblijven. Dan hoor je “Als je het opneemt, heb ik volgend jaar niets meer te doen”. Een kulargument, ga dan maar in werkgroepen werken. Bovendien willen studenten altijd ook live colleges. Drie: “Als ik een blunder maak, staat die voor eeuwig op YouTube.” Dat lossen we op doordat de omgeving waarin we het opnemen (silverlight flash van Microsoft) niet makkelijk over te zetten is op YouTube. En ten slotte: “De spanningsboog van studenten is niet zo lang als een weblecture duurt”. Onlogisch natuurlijk, want het live college duurt even lang. Bovendien kun je terug- en vooruitspoelen.’ De voordelen zijn volgens Schonk groter: ‘Je kunt nog eens een college missen, je kunt je beter voorbereiden op tentamens en gehandicapte studenten hebben er baat bij.’

Twee kratten bier en borrelnoten In Utrecht experimenteren ze verder met weblectures, onder meer door studenten in het lokaal via twitter te laten reageren op het college. Die reacties komen als tags aan de weblecture te hangen en vormen dan als het ware bladwijzers bij het college: klik later een tag aan en het verhaal begint precies op dat punt. Van het gelijktijdig met het college projecteren van de studentenreacties op de achterwand van het lokaal is snel afgezien. Schonk: ‘Dan krijg je veel onrust en als je pech hebt bestellingen voor het feestje van die avond.’ Maar dat zijn kleine incidentjes. Over het algemeen is Schonk onder de indruk van de ernst waarmee studenten met dit soort vernieuwingen omgaan: ‘Studenten kunnen hun presentaties op Facebook zetten zodat andere studenten ze kunnen bekijken en becommentariëren. Dat ligt gevoelig, je loopt het risico dat ze iemand de grond in boren, maar dat gebeurt niet. Ze gaan er veel zorgvuldiger mee om dan ik had verwacht.’ Nerveuze communicatie-afdeling Het ontbreken van voldoende goede inhoud, blijft de achilleshiel van digitalisering. Gerard Bierens van de mediatheek van Fontys is er duidelijk over: ‘De studieboeken moeten elektronisch beschikbaar zijn en dat zijn ze nauwelijks. Het Centraal Boekhuis meldde recent dat de komende drie jaar zo’n vier- tot vijfduizend Nederlandstalige titels te verwachten zijn, waarvan dan een klein percentage educatief is. Het hbo moet het voornamelijk van Nederlandstalige titels hebben. Zoiets klinkt niet als een snelle doorbraak. Of we een echte sprong voorwaarts met nieuwe media kunnen maken, hangt af van content en van goede applicaties.’ Één hbo-sector omarmt sociale media van harte: de afdelingen Marketing & Communicatie, de studentenwervers, en zeker de internationale tak daarvan. Voor een deel is dat uit nood geboren: aanstaande studenten bezoeken liever sociale netwerken dan een beurs. Hogescholen spelen daarop in. Met eigen facebookpagina’s zoeken ze contact en reageren op opmerkingen van potentiële studenten. ‘Je kunt ze veel sneller informeren over allerhande zaken als huisvesting en visa dan via e-mail’, zegt Michiel Doetjes, marketingmedewerker bij Saxion. Probleem is dat de informatiestromen op de sociale netwerken volstrekt onbeheersbaar zijn. Marketeers willen graag controle over de productinformatie en dat gaat tegenwoordig niet meer. Iedereen kan van alles over jouw hogeschool roepen. Ook mensen van binnenuit trouwens. Daar worden communicatieafdelingen nerveus van. Bij de Hogeschool Rotterdam heeft dat geleid tot een heus social-mediaprotocol: een hier en daar nogal koddige verzameling waarschuwingen, tips en richtlijnen aan de medewerkers. Rode draad daarin: pas op, denk na als je wat op het net post, want je krijgt het er niet meer af. Maak je een fout, erken dat dan. En een nog rodere draad door het hele document: maak duidelijk dat je niet namens de hogeschool het woord voert, en doe geen uitspraken die de reputatie van de hogeschool op het spel zetten. Tja, stel je voor. Wammes Bos Illustratie: Simone Golob [17] 2011 15 JUNI WOENSDAG HANZEMAG 13

Wetenschappers over de invloed van social media op het brein Internet maakt dom! Digitale afleiding is overal en eraan toegeven is heel gemakkelijk. Dat sociale media verslavend zijn, weet iedereen. Maar maakt het ons ook dommer? Sommige wetenschappers menen van wel. Sommige wetenschappers zien een gevaar in social media. Het is verslavend, het tast je hersenen aan en je zou er dommer van worden, schrijft de Amerikaan Nicholas Carr in zijn boek Het Ondiepe, over de invloed van internet op onze hersenen. Hij denkt dat we niet meer diep en grondig kunnen denken en onze concentratie sneller verliezen omdat delen van de hersenen aftakelen of zelfs verdwijnen door veel internetten. Ook de Britse neurologe Susan Greenfield ziet internet als een gevaar, met name voor kinderen. Communiceren wordt, zo vermoedt zij, moeilijker door het digitale verkeer, net als het opbouwen van relaties. Niels Taatgen, hoogleraar Kunstmatige Intelligentie aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt deze doemscenario’s overdreven. ‘Ik zie het probleem wel, maar je hersenen veranderen áltijd als je iets leert. Van een definitieve hersenverandering is geen sprake.’ Volgens Taatgen zit het probleem van social media veel meer in het verlies van productiviteit. ‘Je wordt constant onderbroken tijdens je werk’, verklaart hij. ‘Interrupties zijn normaal, de telefoon gaat of er komt iemand binnen. De helft van de interrupties bestaat uit zelfinterrupties. Waarom doen mensen dat? En hoe erg is dat?’ Dat hangt af van je bezigheden. Af en toe is het heel goed om te switchen tussen verschillende taken, vindt Taatgen. ‘Maar bij werkzaamheden die concentratie vergen, zoals het schrijven van een paper of een boek, is een interruptie echt storend. Uit sociaal-psychologisch onderzoek blijkt dat mensen meer geneigd zijn te kiezen voor korte doelen met een kleine beloning, zoals Facebook of Twitter, dan geconcentreerd te blijven op lange-termijndoelen met een grote pay-off.’ Het gevaar zit volgens Taatgen in het terugschakelen naar je oorspronkelijke bezigheden. ‘Dat doen we meestal niet meteen. Je moet altijd weer over een hobbel heen. Als je leest of schrijft, heb je een hele context in je hoofd, die bouw je langzaam op terwijl je bezig bent. Na een interruptie moet je alles weer activeren. Het is dan verleidelijk om eerst op Facebook of Twitter te kijken. Dat maakt de afleiding nog erger, het kost dan nog meer moeite om terug te keren naar je hoofdtaak. Ik onderzoek op dit moment hoe dat precies zit.’ Dom of slim ‘Het is inderdaad wel handig als je niet steeds afgeleid wordt’, beaamt Pieter Roelfsema, directeur van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen en hoogleraar Neurobiologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Terugschakelen is lastig, we zijn geen computer die gemakkelijk tussen verschillende taken schakelt. Ik sluit ook niet uit dat we ons door sociale media minder goed kunnen concentreren op lange stukken tekst. Maar dat internet je dom maakt, zoals Carr beweert, daar ben ik het helemaal niet mee eens.’ Internet maakt de mens juist slim, vindt Roelfsema. ‘Social media leiden af, maar internet geeft veel bruikbare informatie, die snel beschikbaar is. Vroeger las ik een boek en kwam ik er op het eind achter dat het niet was wat ik zocht. Met een kater als gevolg. Als ik nu iets wil weten, ga ik het internet op. Je hoeft maar twee keer te klikken en je weet hetzelfde als na het lezen van een boek.’ Dat social media dommer maken, wil Barend van Heusden, hoogleraar Cultuur & Cognitie aan de Rijksuniversiteit Groningen, niet beweren. ‘Maar ik denk wel dat het vermogen tot abstract denken afneemt, zoals Carr beweert. Het vermogen om lang en grondig 14 HANZEMAG WOENSDAG 15 JUNI 2011 [17] iets te analyseren, aandacht voor iets te hebben, dát gaat achteruit. Ik merk dat aan mijn studenten. Het vermogen om complexe redeneringen op te zetten of te lezen, daar krijgen ze meer moeite mee.’ Het grote verschil tussen oude en nieuwe media is volgens Van Heusden dat het geschreven woord letterlijk voor de ogen blijft staan. In tegenstelling tot het digitale woord bewegen teksten niet en kun je niet doorklikken. ‘En dan kun je abstracte gedachten vormen’, legt hij uit. ‘Je kunt ernaar kijken, je ziet het voor je.’ Het sonnet is een mooi voor- beeld. ‘Een poëzievorm die pas mogelijk werd dankzij geschreven tekst. Een sonnet is te ingewikkeld om mondeling over te dragen. Het is een redenering in poëzievorm. Je begrijpt het alleen als je kunt lezen en teruglezen. Zonder de drang om door te klikken.’ Die doorklikdrang en de neiging om verder te surfen, daar ligt het eigenlijke probleem, denkt Van Heusden. ‘Het is moeilijk om je op één onderwerp te concentreren. Internet is snel en veranderlijk en nodigt constant uit om over te gaan naar het volgende onderwerp. De waarde van iets lijkt te schuilen in de Foto: Jeroen van Kooten

Offline in Groningen ‘Is planking al weer uit? #gemisterage’ mate waarin het je ‘doorslingert’ naar de volgende ervaring. En dat staat haaks op de geschreven tekst, die juist uitnodigt om te blijven hangen.’ Niets bekend ‘Een interessante discussie’, noemt hersenonderzoeker en docent aan het VU Medisch Centrum, Jeroen Geurts, de grote aandacht voor de invloed van social media op je brein. ‘Ik vrees echter dat er niet zo heel veel over bekend is. Er zijn allerlei verwachtingen, maar er is nog geen onderzoek dat aantoont dat het slecht is of dat je hersenen veranderen.’ Het brein verandert constant, legt hij uit. ‘Hersenen passen zich aan. We leren door internet nieuwe dingen, we gaan sneller schakelen in ons hoofd. Maar als je Facebook en Twitter uitzet, is alles na een tijdje weer bij het oude.’ Het is wel belangrijk dat het brein afwisselende informatie krijgt. ‘Je moet je brein fit proberen te houden. Dat kan door sporten of door het nieuws te volgen. Maar het is geen slecht idee om af en toe ook een moeilijk boek te pakken, een boek dat je brein als het ware uitdaagt. Dan leg je nieuwe verbindingen aan.’ Social media leiden dus af en verminderen het vermogen tot abstract denken. Maar maakt het dommer? En geeft het blijvend aangetaste hersenen, zoals Carr en Greenfield beweren? Hersenonderzoeker Geurts zegt dat je door het gebruik van internet kritisch leert kijken naar informatie en beweringen. En zo kijk ik dus ook maar naar de beweringen van Carr en Greenfield over aangetaste hersenen en dommer worden. En nu moet ik nodig mijn Facebook checken. Anne Carlijn Kok Vera Verzijl, vorig jaar afgestudeerd aan de opleiding journalistiek van de Hogeschool Windesheim en nu werkzaam als freelance journalist in Groningen, leefde vier dagen zonder mobiel, mail en internet. ‘Ik betrap mezelf erop dat ik overal ‘vind ik leuk’ doorheen roep.’ Dag 1 Het ochtendnieuws gemist. Geen Jan de Hoop die mij een prettige dag wenst #geengoedestart Op goed geluk stap ik op de fiets richting de Universiteitskrant om vervolgens halverwege de route zeiknat te regenen #geenbuienradar Het nieuws moet nu gezocht worden op straat. Maar even een gesprek aanknopen met reporter CNN Sam of hij nog een nieuwtje heeft. Normaal kook ik met 10 cijfers, nu ben ik pasta tegen de muur aan het gooien. Naar het huis van een vriendin gefietst om te vragen of ze zin had om een wijntje te drinken #komjebuitenspelen? Dag 2 Dag 4 Vanavond een avg’tje of Knorr? Erachter komen dat je zonder 9292ov 50x zo lang over je reis doet! Dag 3 Ik kom een boze vriendin tegen. Ik ben haar verjaardag vergeten. Maar snel een kaartje met postzegel kopen#telaat Betrap mezelf erop dat ik overal 'vind ik leuk!' doorheen roep#ontwenningsverschijnselen Begin te merken hoe afhankelijk ik ben van mijn mobiel en hoe erg ik dat ding mis #fantoompijn En dat ik met het woord Retweet laat weten aan mijn collega dat ik het eens ben met zijn standpunt #gestoord Ik hoor in de wandelgangen dat planking alweer uit is, was het in dan?#gemisterage Naar Pathé gefietst voor de filmtijden. Een avondje bios in voorbereiding. Helaas was ik de laatste die hoorde dat mijn zus geslaagd was, omdat zij het nieuws alleen deelde op facebook #mondopmond Ik hoor van mijn vriendinnen dat ik nog maar een paar dagen te leven heb. Nog maar snel een wijntje dan #dagdesoordeels. Vera Verzijl Mijn blik word getrokken naar elke flyer en poster in de stad. Want wat kan ik doen vanavond? Koffiedate met een collega, blijkbaar heeft hij het tijdstip verschoven en sta ik nu al een half uur te wachten voor het Harmoniegebouw. Ik geef briefjes aan m’n collega’s met verhalen en vragen. Briefpapier van de zaak uiteraard, om de baas te misleiden. Ben benieuwd waar mijn crush zich zoal mee bezighoudt, maar om nou in de bosjes te gaan liggen? #geencyberstalking Mijn beste maatje zit in Nepal en zonder internet kan ik haar niet bereiken en zeggen hoe onhandig het voelt. Ik vraag me af tussen welke keuzes de mensen die ik volg op Twitter stoeien. Illustratie: Paul de Vreede [17] 2011 15 JUNI WOENSDAG HANZEMAG 15

Vijftien must-have apps Een elektronische coach voor € 7,99 ’s Ochtends lees je in bed op je iPad het laatste nieuws. Op de wc check je de tweets van je vrienden en tijdens het ontbijt post je foto’s op Facebook. Je kunt niet meer zonder apps. De truc is alleen om tussen de duizenden iFarts en iTinkles de echte juweeltjes te vinden. Hieronder vijftien must-haves. Dropbox [apple, android] (gratis) Dropbox synchroniseert je documenten online tussen verschillende computers en je smartphone of tablet, zodat je ze altijd en overal kunt raadplegen. Werk je aan een scriptie op je laptop, dan staat direct de laatste versie van het stuk op je pc en mobieltje. Daarnaast is Dropbox ook ontzettend handig als je met meerdere mensen tegelijk aan een project werkt. Je kunt gemakkelijke bestanden delen of tegelijk op verschillende plekken aan hetzelfde materiaal werken. Met de Dropbox app heb je niet alleen toegang tot je bestanden, je kunt ze ook bewerken in bijvoorbeeld tekstverwerker app Pages. 22Tracks [apple] van Aleksandr Porsev. De mobiele versie geeft op een overzichtelijke manier alle artikelen weer en toont je op een kaart informatie over de gebouwen en plekken om je heen. iStudiez Pro [apple] (2,39 euro) iStudiez helpt studenten en docenten met organiseren: afspraken maken, colleges plannen en opdrachten bijhouden. iStudiez is niet alleen een overzichtelijke agenda, de app vertelt je ook in een mooi menu welke taken je nog moet uitvoeren en met wie. In een adresboek kun je contactgegevens van medestudenten en docenten opslaan. De app kan de gegevens ook draadloos synchroniseren met je laptop, iPad of iPhone. Prezi Viewer [apple] (gratis) Powerpoint-killer Prezi heeft een app ontwikkeld voor de iPad. Met de Viewer kun je de flitsende presentaties die je op Prezi.com hebt gemaakt bekijken. Maar je kunt natuurlijk ook je iPad aansluiten op een beamer en ze tijdens een voordracht projecteren. Nalden [apple] (gratis) Professioneel blogger, nerd en entrepreneur Nalden brengt dagelijks nieuwe blogs over kunstenaars, hippe producten, mooie websites en inspirerende projecten. Zijn bijzondere website, nalden.net, is sinds kort als app beschikbaar op de iPad. De blogs vliegen als praatwolkjes over je scherm. Kantel je de tablet, dan krijg je ook video’s, fototentoonstellingen en bloedmooie wallpapers te zien. Een app zoals een app hoort te zijn. Goodreader [apple] (3,99 euro) Een superrobuuste pdf-reader, waarmee je niet alleen documenten kunt raadplegen. Je kunt tekeningen toevoegen, notities maken en stukken markeren. Werkelijk alles is ermee te bekijken: handleidingen, boeken, magazines. Met de laatste versie kun je je verrichtingen zelfs meteen synchroniseren met bijvoorbeeld Dropbox. Erg handig als je onderweg wat werk wilt verrichten. Scydo [apple, android] (1,59 euro) Het optreden van 22Tracks-oprichter Venz (@venz_Amsterdam) bij DWDD zorgde ervoor dat de app meteen vijfduizend keer werd gedownload. Een dag later won zijn bedrijf de Dutch Startup Awards 2011. Het programma stootte zelfs de eeuwige topper WhatsApp van de eerste plek in de AppStore. M

Add a comment

Related presentations

Related pages

HanzeMag

... Bremen, Erasmus, Giethoorn, Groningen, hanze, international students, Lisse, Netherlands ... The conflict in Ukraine is not just a small regional political issue.
Read more

Rookie » Archives » November 17, 2011

November 2011 Issue 3 11/17/2011. After School Special 11/17/2011 About a Girl: An Interview With Blake Nelson.
Read more

ISSUU - Devil Mag Issue 51 by DEVIL MAG - ISSUU - You Publish

Devil Mag Issue 51. Follow; ... JULY 2012 | ISSUE 51 ... (75) 2001 2006 219 (150) 2006 2010 96 (64) 2010 2011 44 (17) 2011 2012 32 (5) 589 ...
Read more

Rookie » Archives » October 17, 2011

Dinner Time 10/17/2011 Everything I Need to Know About Growing Up I Learned From Supernatural Teen Movies
Read more

Kar HiFi Magazine 2011 Issue - Girl Drifter Leona Chin's ...

by leona on September 17, 2011 . ... Kar HiFi Magazine 2011 Issue Poster . Please check out the latest Kar HiFi Mag ( August/Sept) issue for latest Poster & Write up ...
Read more

In this issue: June 17, 2011 | Golf News at Golfweek

Inside the June 17, 2011 issue of Golfweek: • • • THE FORECADDIE • • • • Divided allegiance in the LPGA bag room • Man of Steele sits this ...
Read more

Download Inside Crochet 17 2011-05 - PDF Magazine

100% Fitness Mag; View More; like us. Home » Hobbies & Craft » Inside Crochet 17 2011-05. Inside Crochet 17 2011-05. ... American Woodworker Issue 171, April-May ...
Read more

Ambush Mag - Volume 29, Issue 1, 2011

... ISSUE 1 Jan. 4-17, 2011 29th Anniversary, Mardi Gras Classic Official Gay Mardi Gras Website (View w/Adobe Acrobat) 1-5 | 4-the "official" dish: Ambush ...
Read more