Ello2 verbinden generaties - adviesrapport 2.0

50 %
50 %
Information about Ello2 verbinden generaties - adviesrapport 2.0

Published on January 9, 2016

Author: rloggen

Source: slideshare.net

1. PROJECTPLAN Project “ELLO” HASAN TAS | 13115316 JUSTIN SLINGER | 13074199 ELINE ERADUS | 13038036 OPDRACHTGEVERS: DE GEMEENTE ZOETERMEER VITALITYLAB (DE HAAGSE HOGESCHOOL) De Haagse Hogeschool (Zoetermeer) Versie 2

2. 1 Voorwoord Voor u ligt het adviesrapport “Ello”. Het gaat hierbij om een onderzoek om generaties met elkaar te verbinden. Het adviesrapport is geschreven in het kader van de Minor: Business Agility aan de Haagse Hogeschool, te Zoetermeer. Dit project heeft van 15 September tot 13 november geduurd. Dit project is uitgevoerd in opdracht van VitalITylab, met als begeleider Roeland Loggen en docent Peter Ritman. Het onderzoek is naar onze mening zeer prettig verlopen, waarin wij de onderzoeksvraag hebben kunnen beantwoorden. Daarvoor hebben we gedurende het project de nodige ondersteuning gehad van onze begeleiders en docenten. Zij waren altijd bereid om de nodige hulp te bieden. Graag willen wij bij dezen onze begeleiders en docenten bedanken. Daarnaast hebben Karien Damen (namens de Gemeente Zoetermeer) en Jan Stekelenburg (namens OZO- ouderenbond) ons ook voorzien van de nodige aansturing en graag willen wij ook hen bedanken daarvoor. Tot slot zou het project niet zijn geslaagd zonder de inbreng van de respondenten (zowel de oudere als de leerlingen). Verder wensen wij u veel leesplezier toe. Hasan Tas Justin Slinger Eline Eradus Zoetermeer, 13 november 2015

3. 2 Managementsamenvatting Ello is bedacht door een vorige groep studenten aan de Haagse Hogeschool. Met Ello kunnen ouderen en jongeren worden verbonden, om zo de sociale cohesie te bevorderen. Een voorbeeld van een mogelijkheid van Ello is, dat ouderen klusjes kunnen plaatsen, die vervolgens worden uitgevoerd door jongeren. Ons aandeel is, om te onderzoeken wat de wenselijkheid en haalbaarheid is van de app Ello. Ten behoeve van deze twee aspecten is er een onderzoeksvraag geformuleerd, deze luidt als volgt: ‘In hoeverre is het haalbaar en wenselijk dat jongeren klusjes voor/activiteiten met ouderen doen?’” Om antwoord te geven op deze vraag, zijn wij begonnen met de huidige situatie in kaart te brengen, vervolgens is er kwalitatief en kwantitatief onderzoek gedaan. Interviews met de doelgroepen en literatuuronderzoek waren hier een onderdeel van. De doelgroep bestond uit de ouderen, de leerlingen en de scholen. De literatuur laat zien dat het merendeel van de ouderen beschikking heeft over IT- apparaten, waarmee zij de app Ello kunnen gebruiken, dit blijkt ook uit de interviews. Dit draagt bij aan de haalbaarheid. Verder staan alle groepen positief tegenover Ello; bijna alle ouderen zijn enthousiast, 75% van de leerlingen is enthousiast, en de gereageerde scholen zijn positief. Dit komt het aspect wenselijkheid ten goede. Later hebben er nog gesprekken met de ouderen plaatsgevonden. Dit in het kader van feedback op het prototype. Deze feedback is ook meegenomen in het uiteindelijke resultaat. Het antwoord op de onderzoeksvraag is dan ook, dat het zeer wenselijk is om Ello te gebruiken; ouderen hebben genoeg klusjes en zouden ook activiteiten willen doen met jongeren. Andersom is dit ook zo; jongeren staan ervoor open, om met Ello aan de slag te gaan en ouderen te helpen. De scholen reageerden niet allemaal, maar ze doen wel allen aan maatschappelijke stages en degene die reageerden zijn enthousiast en geïnteresseerd. Ons advies voor de volgende groep, mocht dit project verder worden uitgewerkt, is om goed naar de financiering te kijken. Ook dienen de scholen meer betrokken te worden bij Ello. Meer input van hun kant is essentieel.

4. 3 Inhoudsopgave VOORWOORD.............................................................................................................................. 1 MANAGEMENTSAMENVATTING.................................................................................................... 2 INLEIDING .................................................................................................................................... 5 1 HUIDIGE SITUATIE ................................................................................................................ 6 1.1 RESULTATEN VORIGE PROJECTGROEP...................................................................................... 6 1.2 RESULTATEN STICHTING MOOI .............................................................................................. 7 1.3 OVERIGE RESULTATEN ........................................................................................................ 7 2 METHODOLOGIE................................................................................................................... 8 2.1 FASE 1: EMPATHIZE........................................................................................................... 8 2.1.1 Bestuderen voorgaande documenten......................................................................... 8 2.1.2 Interviews................................................................................................................. 9 2.1.3 Veiligheid.................................................................................................................12 2.1.4 Stakeholder analyse.................................................................................................12 2.2 FASE 2: DEFINE ...............................................................................................................13 2.2.1 Vooronderzoek.........................................................................................................13 2.2.2 Interview.................................................................................................................14 2.2.3 Veiligheid.................................................................................................................17 2.3 FASE 3: IDEATE................................................................................................................18 2.3.1 Ello app ...................................................................................................................18 2.3.2 Veiligheid.................................................................................................................19 2.4 FASE 4:PROTOTYPE..........................................................................................................21 2.5 FASE 5: TEST...................................................................................................................21 3 RESULTATEN........................................................................................................................22 3.1 INTERVIEWS OUDEREN.......................................................................................................22 4.1.1 INTERVIEWS LEERLINGEN........................................................................................................23 3.2 LITERATUURONDERZOEK/DESKRESEARCH................................................................................24 4 ADVIES................................................................................................................................25 4.1 WENSELIJKHEID...............................................................................................................25 4.2 HAALBAARHEID ...............................................................................................................26 4.3 VEILIGHEID.....................................................................................................................28 5 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN..........................................................................................29 6 BIBLIOGRAPHY ....................................................................................................................30 7 BIJLAGE...............................................................................................................................31 7.1 VRAGEN INTERVIEW OUDEREN.............................................................................................31 7.2 INTERVIEWVERSLAGEN.......................................................................................................32 7.3 SWOT ANALYSE ELLO......................................................................................................38 7.4 EMAILS STUDENTAANHUIS.NL EN STUDENTKARWEI.NL................................................................38 7.5 VRAGENLIJST STICHTING MOOI............................................................................................40 7.6 E-MAIL SCHOLEN..............................................................................................................41 7.7 TELEFONISCH CONTACT SCHOLEN..........................................................................................44 7.8 OSO ENQUETE................................................................................................................45 7.9 VRAGENLIJST LEERLINGEN...................................................................................................48 8 VRAGENLIJST SCHOLEN........................................................................................................49 8.1 RESULTATEN LEERLINGEN ...................................................................................................49 8.2 RESULTATEN INTERVIEW OUDEREN (POST ITS)..........................................................................50

5. 4 ...............................................................................................................................................50 ...............................................................................................................................................50 8.3 RESULTATEN TWEEDEINTERVIEW OUDEREN.............................................................................51 8.4 PROJECTPLAN..................................................................................................................52

6. 5 Inleiding Voor u ligt ons rapport, waarin wij een advies uitbrengen omtrent de applicatie Ello. Dit rapport is tot stand gekomen in opdracht met het VitallTylab te Zoetermeer. Wij hebben gedurende 10 weken een onderzoek gedaan naar de haalbaarheid en wenselijkheid van Ello en met behulp van dit rapport, willen wij u meer inzichten geven in de huidige situatie, onze aanpak, de resultaten die zijn uitstaan uit de afgenomen interviews en tot slot het advies wat wij meegeven aan de Gemeente Zoetermeer. Het doel is om in dit rapport niet alleen de haalbaarheid en wenselijkheid inzichtelijk te maken, maar ook om een antwoord te geven op onze hoofdvraag: ‘In hoeverre is het haalbaar en wenselijk dat jongeren klusjes voor/activiteiten met ouderen doen?’ Dit verslag is met behulp van de leeswijzer op de volgende manier opgesteld: Hoofdstuk 1 Huidige situatie, in dit hoofdstuk zal er in gegaan worden op de situatie voor het onderzoek, aangezien wij het onderzoek gestart zijn aan de hand van een vorig onderzoek naar Ello. Hoofdstuk 2 Methodologie, in dit hoofdstuk beschrijven wij onze aanpak, methoden en technieken, hoe wij tijdens ons onderzoek te werk zijn gegaan. Hoofdstuk 3 Resultaten, in dit hoofdstuk omschrijven wij onze bevindingen en resultaten middels de interviews, die wij hebben afgenomen. Ook zullen wij diep ingegaan op het aspect veiligheid, aangezien dit een erg belangrijk onderwerp is. Hoofdstuk 4 Advies, in dit hoofdstuk zullen wij ons advies toelichten, met betrekking tot de haalbaarheid en wenselijkheid van Ello en de eventuele vervolgstappen, die een ander project wellicht zou kunnen oppakken. Hoofdstuk 5, in dit hoofdstuk zullen wij onze conclusie en aanbevelingen geven omtrent de applicatie ELLO. De aanbevelingen zijn gericht naar de studeten, die dit project verder oppakken in de toekomst. Literatuurlijst, in de literatuurlijst staan alle bronnen, die wij tijdens ons onderzoek hebben geraadpleegd. Bijlagen, in de bijlage vindt u bepaalde dingen die relevant zijn geweest voor ons onderzoek en waarop ons advies deels is op gebaseerd. Hierbij kunt u denken aan interviewverslagen en vragenlijsten.

7. 6 1 Huidige situatie Ello is een concept voortgekomen uit een eerder onderzoek. Het doel van dit onderzoek was om met nieuwe technologieën bij ouderen eenzaamheid te bestrijden en de gezondheid te bevorderen. Sociale cohesie en eenzaamheid zijn namelijk twee steeds belangrijke begrippen aan het worden in onze samenleving. Ouderen voelen zich steeds eenzamer en krijgen het steeds moeilijker naarmate de leeftijd vordert. Hieruit is een creatieve oplossing bedacht, genaamd Ello. Ello is een applicatie die generaties samenbrengt, ter bevordering van de participatiemaatschappij en sociale cohesie. De applicatie biedt de ouderen een steuntje in de rug, zodat zij langer thuis zelfstandig kunnen leven. Het is de bedoeling dat de jongeren de ouderen helpen met eventuele klusjes of activiteiten, middels de maatschappelijke stage van school. Dit idee is uitgewerkt tot een prototype, alleen is het enkel nog een concept. 1.1 Resultaten vorige projectgroep Deze groep heeft gebruik gemaakt van de methode Design Thinking, een creatieve manier voor het onderzoeken en genereren van ideeën. Zij hebben voornamelijk interviews afgelegd en observaties uitgevoerd. Tijdens het afleggen van de interviews, is er met name gekeken naar de emoties en de beweegredenen van de ouderen. Uit de interviews is gebleken, dat de ouderen niet in een verzorgingshuis terecht willen komen. De ouderen willen het liefst zolang mogelijk zelfstandig en onafhankelijk blijven. Overigens ondervinden wel veel ouderen een fysieke achteruitgang en waardoor zij steeds minder zelf kunnen doen. Zij hebben bijvoorbeeld hulp nodig bij zware huishoudelijke taken, maar sommige merken ook dat het optillen van een stoel steeds zwaarder wordt. Ook is er uit de interviews naar boven gekomen, dat ouderen zitten te wachten op ‘’gezelligheid’’. Het bezoeken van een theater met een andere oudere of leerling valt erg in de smaak. Wat ook erg opviel was, dat de ouderen erg behulpzaam zijn. Zij helpen veel anderen, maar worden ook erg geholpen door zijn/haar buurman. Het merendeel van de ouderen is in het bezit van een device (laptop, computer of tablet), waarbij Ello een goede uitkomst biedt. Overigens hebben de ouderen wel veel argwaan, omtrent de veiligheid. De projectgroep ondervond namelijk, dat de ouderen nog niet helemaal gerust waren gesteld over het aspect veiligheid en adviseren ons dan ook om dit aan te scherpen. Al deze input heeft geleid tot een prototype, die alleen maar geschikt is om functionaliteiten te demonstreren, maar niet functioneel bruikbaar is. Hier vindt u meer over in bijlage 7.8. (Ello1, 2015)

8. 7 1.2 Resultaten stichting mooi Stichting ‘’Mooi’’ is een organisatie, bestaand uit vrijwilligers, die zich inzet voor verbetering van welzijn in de buurt. Wij zijn in contact geraakt met Marja Meijer, die werkzaam is binnen deze organisatie. Zij heeft een soort gelijk onderzoek gedaan, die wij nu uitvoeren. Echter deed zij onderzoek naar een ‘’vriendschap dating bureau’’. Marja heeft overigens lessen gegeven aan leerlingen van het Oranje Nassau College en het doel hiervan was om de ouderen met elkaar te laten matchen door een onderzoek. De activiteiten waren erg verschillend, van het maken van posters tot een informatie brief, die de leerlingen vervolgens op de bus deden bij bewoners. De leerlingen waren het er unaniem over eens en vonden de lessen erg leuk, alleen het nadeel vonden zij wel dat er ’s middags weinig ouderen open deden. (Meijer, Aantekeningen documenten, 2015) De resultaten waren als volgt: 102 Woningen benaderd via aankondigingsbrief 48 Antwoordstrookjes geen belangstelling voor gesprekken aangaande het behoefte onderzoek 3 Antwoordstrookjes Met opmerking Goed idee maar … (verschillende redenen) 13 Niet thuis 38 Adressen deden open, waarvan 10 geen interesse 28 Gesprekken hebben plaats gevonden tussen leerlingen MBO2 Zorg en Welzijn Oranje Nassau College Clauslaan en bewoners van de seniorenflat Morgenster Respons gesprekken: 28.56% (Gemiddeld is 30% een normale respons) 1.3 Overige resultaten Voordat wij begonnen aan dit project, hebben wij een aantal documenten weten te bemachtigen van onze docent. Dit zijn onder andere resultaten van OSO, die enquêtes heeft uitgedeeld onder de ouderen in Zoetermeer. OSO (Stichting Overleg Samenwerkende Ouderenbonden) heeft in oktober 2012 een enquête doen uitgaan onder leden van haar vaste panel, met een aantal nieuwe leden. Hieruit is gebleken dat passende huisvesting voor ouderen sterk zal toenemen in de toekomst. Ook zullen wijk- en buurtzorg een steeds belangrijkere rol gaan spelen. 64% van de ondervraagden geeft aan dat zij eventuele noodzakelijke hulp in de toekomst niet via familie/ vrienden zouden kunnen krijgen en 49% van de geënquêteerden verwacht binnen nu en 5 jaar meer hulp nodig te hebben. Dit zijn hoge percentages die enigszins laten zien dat de hulp een steeds grotere rol gaat spelen onder de ouderen. (OSO, 2012) (Ouderenbonden, 2010)

9. 8 2 Methodologie Hierin staat de aanpak beschreven die wij hebben gebruikt om dit project goed te kunnen beheren. Hierin willen wij duidelijk maken wat we hebben gedaan, waarmee we het hebben gedaan (welke instrumenten we hebben gebruikt) en bij wie we dat hebben gedaan. De methode die wij hebben gehanteerd is “Design Thinking”. Design thinking hebben wij gebruikt om op een praktische en creatieve manier problemen op te kunnen lossen en een “nieuwe” product (App) te ontwikkelen. Deze methode bestaat uit vijf fasen en is tevens ook in ELLO1 gebruikt. Omdat ons onderzoek meer geneigd is naar een behoefte onderzoek en een prototype betreft die al bestaat en verbeterd moet worden, kan er overlap tussen paragrafen plaatsvinden. Figuur 1 De vijf fasen in het Design Thinking proces 2.1 Fase 1: Empathize In de eerste fase van Design Thinking staat het inleven en begrijpen van de doelgroep centraal. Om ons beter te kunnen inleven hebben wij eerst de documenten van voorgaande projecten bestudeerd. Daarbij hebben we de documentatie van ELLO 1, documenten van Stichting Mooi en overige documenten die wij van Roeland Loggen en andere docenten hebben ontvangen en bestudeerd. Daaropvolgend, hebben wij meerdere interviews afgenomen van zowel ouderen, als leerlingen en scholen om aanvullende informatie te verkrijgen. 2.1.1 Bestuderen voorgaande documenten Wij hebben verschillende documenten ontvangen waar we veel informatie uit hebben kunnen halen. Deze informatie vormt het fundament voor ons project. Vandaaruit hebben we onze doelen bepaald. Ook zijn de hoofd- en deelvragen opgesteld, waarvan de antwoorden zijn verwerkt in dit document. 2.1.1.1 Project Ello deel 1 Zo zijn we begonnen met het bestuderen van de documenten van project ELLO1. We hebben met zijn allen de documenten doorgenomen en de informatie gemarkeerd die nuttig was voor ons project. Vandaaruit hebben we verder gebrainstormd en kwamen tot de conclusie dat haalbaarheid, wenselijkheid en veiligheid belangrijkste aspecten waren die diepgang nodig hadden.

10. 9 2.1.1.2 Documenten/gesprek stichting mooi In het begin van ons project zijn we in gesprek gegaan met Marja Meijer van Stichting Mooi. Tijdens dit gesprek wilden we zoveel mogelijk informatie achterhalen, of er soortgelijke applicaties of andere services op de markt zijn en wat Stichting Mooi hierover weet. Tevens hebben wij gevraagd naar haar mening en ingezoomd op hetgeen dat een belemmering of knelpunt kan zijn in ons project. In bijlage 7.5. vindt u een overzicht van de vragen, die wij zoals hebben gesteld en de bijbehorende aantekeningen. Ook hebben we documentatie ontvangen en bestudeerd die Marja Meijer van stichting Mooi naar ons verstuurd heeft. Deze hebben we op dezelfde manier bestudeerd als de documenten van de voorgaande Ello project. Nadat we de belangrijkste punten gemarkeerd hadden, zijn we ook hierover gaan brainstormen. Op het bord hebben we alles genoteerd om uiteindelijk een definitief kader te schetsen, met de resultaten en conclusie van Stichting Mooi. (Meijer, Aantekeningen documenten, 2015) 2.1.1.3 Overige documentatie Dhr. Loggen heeft ons ook documenten gestuurd, waarin informatie staat die nuttig is voor ons project. Het gaat hierbij om onderzoeken die in het verleden al zijn gedaan. Het ene onderzoek ging dan ook over de woonsituaties van ouderen en hun wijze van communicatie. Een ander onderzoek gaat evenals over de woonsituatie van oudere, maar vanuit een heel ander perspectief. Daarnaast is ook de behoefte aan zorg, zowel nu als in de toekomst, onderzocht. Dit is van uiterst belang, omdat het voor ons belangrijk is of ouderen vitaal genoeg zijn om klusjes zelf te doen of juist uit moeten besteden, omdat ze niet voldoende vitaal meer zijn. Daarom zijn we eerst nagegaan hoeveel ouderen zijn ondervraagd. We hebben geen onderscheid gemaakt tussen man en vrouw, omdat het gaat om alle ouderen. Daarnaast hebben we vooral de resultaten goed geanalyseerd en de belangrijke elementen meegenomen in ons project. Aan de hand van deze analyse zijn ook de interviewvragen opgesteld, om overlap zoveel mogelijk tegen te gaan en juist meer informatie te verkrijgen van de ouderen. Ook is er daarom gekozen voor een interview met de ouderen om niet alleen informatie te krijgen, maar ook de emoties op bepaalde gebieden waar te nemen en daarop door te kunnen vragen. (OSO, 2012) (Ouderenbonden, 2010) (Ello1, 2015) 2.1.2 Interviews In deze paragraaf worden de interviews die zijn afgenomen verder toegelicht. Zo wordt belicht waarom we bepaalde interviews hebben gedaan, wat ons doel was hierbij en welke techniek we hebben gehanteerd om de gewenste resultaten te behalen.

11. 10 2.1.2.1 Interview ouderen Aan de hand van deze informatie hebben we uiteraard al veel informatie gekregen om enigszins te begrijpen hoe de stand van zaken ervoor stonden. Maar om ze beter te kunnen begrijpen en het ook te ervaren, hebben wij gekozen om de ouderen tweemaal te interviewen. Zo konden we aan de hand van de opgestelde vragen, ook zelf met ze praten en hun emoties erbij te voelen. Hieronder worden de gehanteerde thema’s, die we hebben gebruikt tijdens onze 1ste interview verder toegelicht. We hebben niet direct de vragen gesteld bij ouderen, maar hebben gekozen om te beginnen met een leuk gesprek en daar hebben wij tussendoor de juiste momenten gezocht om de benodigde informatie te achterhalen. Achteraf waren dit gesprekken die aan beide kanten als fijn en gezellig hebben ervaren. Dagelijkse activiteiten We hebben dus een techniek bedacht met vijf thema’s, waar we uiteindelijk antwoord op hebben gekregen. Ten eerste hebben we het thema “Dagelijkse activiteiten”. Hierbij willen we achterhalen wat de ouder zoal op een dag doet, hoe zelfstandig hij of zij daarbij is, of hij of zij voldoende vitaal is en stellen we ook de vraag of technologie ook een rol hierbij speelt. Zo hebben we de vraag gesteld of ze een smartphone, tablet of computer hebben en wat ze hiermee doen. Daarbij uiteraard de vraag of ze dat allemaal zelf hebben geleerd of ondersteuning bij hebben gekregen en/of nog steeds krijgen. Hobby’s Hierin zijn we verder ingezoomd op de hobby’s die ouderen wellicht hebben. Het is belangrijk hoe vaak ze bezig zijn met hun interesses en of ze dat de komende jaren nog kunnen blijven doen. De resultaten zijn belangrijk om te kunnen meten of ze de app nu met spoed nodig zullen hebben of dat ze nog een aantal jaar/jaren zelfstandig vooruit kunnen, omdat ze nog vitaal genoeg zijn. Daarbij zijn ook nog de vragen gesteld of ze ergens lid van zijn of bijeenkomsten zoals bingoavond bezoeken in hun vrije tijd. Sociale netwerk Het tweede thema is “sociale netwerk”. Het is uiteraard belangrijk om te weten wie momenteel de ouder helpt met zijn en/of haar klusjes. Daarom komen hierin vragen terug als: hoe groot is uw/jullie familie en ziet u ze vaak? Ook hebben we gevraagd naar hun vriendenkring en de omgang met buren en andere personen in de buurt. Ello Tot slot kunnen uiteraard de vragen over de concept Ello niet ontbreken. In dit thema hebben we gevraagd hoe ouderen staan tegenover het concept Ello en dat er leerlingen over de vloer zullen komen, om oudere te ondersteunen met klusjes, die ze zelf niet meer kunnen uitvoeren. Nog belangrijker is, dat ze realiseren dat niet altijd dezelfde student over de vloer zal komen. Ons doel was ook hun gevoel en emotie hierin mee te nemen. Tot slot zijn we dan gekomen op het onderdeel veiligheid, die we ouderen willen geven.

12. 11 Vervolggesprek ouderen Het vervolggesprek is ingepland nadat de resultaten van het eerste interview geanalyseerd en verwerkt waren. In het vervolggesprek hebben we het aspect veiligheid meer naar voren laten komen en de demo gepresenteerd. Het doel was dat de ouderen de demo konden ervaren en we stelden niet alleen de vraag: is het makkelijk? Snapt u het? Maar we gingen ook echt na of ze het snapten en waar er nog enige knelpunten konden ontstaan. Tot slot hebben we ons ideeën verteld, over hoe we de veiligheid hoog kunnen houden. Uiteindelijk hebben we na hun feedback, nog de nodige aanpassingen verwerkt in ons eindadvies en het prototype. 2.1.2.2 Interview leerlingen Ons eerste doel was om de leerlingen te benaderen via de scholen. Helaas kregen we geen of niet de verwachte steun/antwoord van de scholen dat we hadden verwacht en hebben we besloten om zelf op pad te gaan en leerlingen te interviewen. Omdat jongeren tegenwoordig zeer handig zijn, met smartphones, tablets en computers, hebben we besloten ze alleen te vragen naar hun mening en gevoel over het concept Ello. Ook omdat wij naar aanleiding van een eerder gemaakte analyse hebben begrepen, dat ouderen wel enthousiast waren, maar jongeren juist minder, wilden wij dit controleren door Ello anders over te brengen bij jongeren en hun gedachtes waar te nemen. Zo hebben we genoemd dat ze al een Maatschappelijke stage gaan lopen en dus niet betaald krijgen (ook niet bij een supermarkt), maar dat er ouderen zijn, die hulp nodig hebben met het printen van bestanden, ophangen van schilderijen, hulp met huishouden maar ook activiteiten zouden willen doen, zoals wandelen, kaartspellen en boodschappen doen. Hiermee kunnen de leerlingen punten behalen en hun stage met een voldoende afronden. Ook hierbij hebben we gekozen voor interview in plaats van een enquête, omdat we ten eerste beter kunnen verwoorden wat Ello inhoudt en ook direct hun vragen kunnen beantwoorden. Ten tweede kunnen we direct vragen waarom ze het wel of geen goed idee vinden en desnoods onduidelijkheden wegnemen, zodat ze misschien van gedachte kunnen veranderen. Tot slot ook om hun emotie hierbij waar te nemen. In bijlage 7.9 vindt u een overzicht van de vragen, die wij hebben gevraagd tijdens de interviews. 2.1.2.3 Interview scholen Ondanks dat we scholen niet één op één hebben kunnen interviewen, was er op het internet veel informatie te vinden over de maatschappelijke stage. Desondanks kwamen we informatie te kort, maar omdat scholen aan hebben gegeven geen tijd te hebben voor deelname, hebben we toch een vragenlijst opgestuurd en deze doorgestuurd naar de scholen zelf. Tevens hebben we ook geprobeerd de juist personen binnen de scholen te vinden, die deze vragen zouden kunnen antwoorden. Helaas hebben we, ondanks contact te hebben gehad met verschillende schakels binnen de scholen, geen antwoord op onze vragen kunnen krijgen van de meeste scholen. We hebben van één school wel antwoord gekregen, maar dat is naar onze mening te weinig om een goede conclusie te kunnen trekken. Andere scholen waren wel razend enthousiast en hebben wel gezegd de 4-5 vragen te zullen beantwoorden op “korte termijn”. In bijlage 8 vindt u een overzicht van de vragen, die wij hebben gesteld aan de scholen via een e-mail.

13. 12 2.1.3 Veiligheid Van stichting mooi hebben we een paar voorbeelden gekregen van instanties, die vergelijkbare concepten al op de markt hebben gebracht. Omdat veiligheid een zeer belangrijk onderdeel is om Ello te kunnen voortzetten, hebben we besloten om deze instanties te benaderen en na te vragen hoe hun de veiligheid van zowel oudere als jongeren enigszins onder controle houden. Daarnaast hebben we ook deskresearch gedaan en hebben we op internet de nodige informatie gezocht betreft de aspect veiligheid. 2.1.4 Stakeholder analyse Om onze doelgroep in kaart te brengen, hebben wij een stakeholder analyse uitgevoerd. We hebben allereerst gekeken naar wie er allemaal bij betrokken zijn, bij dit concept. Op deze manier, hebben we de rollen van de belanghebbende kunnen achterhalen. Ook is het meteen overzichtelijk bij we terecht kunnen bij eventuele vraagstukken, omtrent Ello. Figuur 2 Onion Model/ Stakeholder Relationships

14. 13 2.2 Fase 2: Define In de define fase hebben we ons bezig gehouden om alle verkregen informatie te bundelen en een patroon te zoeken hierin. Kortom, we hebben de resultaten op verschillende manieren bestudeerd, waardoor het overzichtelijk werd en konden zien waar de mogelijkheden liggen, om de stakeholders te kunnen voorzien van een product naar behoefte en wens. 2.2.1 Vooronderzoek Aan de hand van ons vooronderzoek hebben we, in overleg met stakeholders, besloten dat de haalbaarheid en wenselijkheid verder onderzocht moet worden. Bij haalbaarheid gaat het dan om de veiligheid van verschillende partijen. Zijn ouderen dusdanig hulpbehoevend, dat het waard is om de app te ontwikkelen. Als er al apps zijn die soortgelijke functionaliteiten hebben is dit idee misschien wel overbodig en kan er worden onderzocht naar de mogelijkheden van de andere apps. Bij wenselijkheid is het belangrijk om te achterhalen wat de bevindingen zijn van de scholen, leerlingen en ouderen en hoe ze hierop reageren. Zijn ze er positief over of is het compleet overbodig. Zo is uit onderzoek al gebleken, dat ouderen hier wel positief tegenover staan, maar dat probleem vooral bij de jongeren ligt. Een belangrijke vraag die gesteld kan worden is dan ook: Hoe kan je de jongeren stimuleren om ouderen te helpen?

15. 14 2.2.2 Interview In deze paragraaf staat beschreven hoe we verkregen informatie hebben verwerkt. We hebben drie groepen geïnterviewd. Namelijk: ouderen, scholen en leerlingen. 2.2.2.1 Interview ouderen De resultaten van de interviews hebben we per persoon op post its geschreven en opgehangen zodat we een beter beeld van het gehele plaatje konden krijgen. Zo hebben we meerdere thema’s aangehaald, om de resultaten nog specifieker weer te geven. Hierbij kwam bijvoorbeeld IT als extra thema erbij. Het is uiteraard belangrijk om te weten of ouderen gebruikt maken van de hedendaagse devices en wat voor devices er gebruikt worden. Bij andere thema’s hebben we alle antwoorden die zijn gegeven per persoon in een rij gezet. De post its staan van boven naar beneden gesorteerd op vitaliteit, waarbij de bovenste post it de meest positieve is, die de desbetreffende persoon heeft genoemd, betreft zelfstandigheid. Figuur 3 Overzicht van een aantal resultaten Na de resultaten te hebben geanalyseerd en deze in verschillende categorieën hebben onderverdeeld, hebben we ze digitaal verwerkt voor een nog duidelijkere overzicht, waarin we makkelijker wijzigingen kunnen aanbrengen en op een veel efficiëntere wijze resultaten kunnen bestuderen.

16. 15 Hieronder in Figuur 4, is een digitale uitwerking te zien van de resultaten. Omdat je gemakkelijk de kleuren per post it kan aanbrengen en wijzigen en je kan per post it tags eraan hangen (wij hebben ondervraagden toegevoegd per post it) kan je in enkele klikken het overzicht creëren die je wilt. De kleur geel geeft aan dat iets positief is, de kleur rood geeft iets dat het negatief is. Zo kan een ouder veel zorg nodig hebben of heeft hij of zij nauwelijks contact met de buren. Oranje ligt hier tussenin. Zo kan het zijn dat je niet voldoende contact hebt, maar je vrienden en kennissen toch af en toe nog ziet. Figuur 4 De digitale uitwerking van de resultaten uit de interviews

17. 16 Om nog meer inzicht te krijgen in onze doelgroep, hebben wij gebruik gemaakt van een empathy map. Dit is een doeltreffend middel, dat je kunt inzetten om een goed inzicht te krijgen in je doelgroep. De empathy map bestaat uit vijf vlakken, bestaande uit: Wat hij/zij denkt, ziet, zegt, doet, voel en hoort. Hieronder ziet u een empathy map m.b.t. de ouderen in Zoetermeer. Figuur 5 Een empathy map van ouderen van 65+ in Zoetermeer 2.2.2.2 Interview leerlingen Het interview met de leerlingen verliep beter dan verwacht. We hebben ze duidelijk kunnen maken wat we precies doen en 12 leerlingen hebben hun bevindingen met ons gedeeld. Het grootste deel van de ondervraagden hebben dan ook aangegeven, het wel te zien zitten om ouderen te helpen en dat ze het leuk lijken om dit te doen. De resultaten hebben we verwerkt in Excel, zodat we met die overzicht gemakkelijk diagrammen van kunnen maken. 2.2.2.3 Interview scholen Omdat we niet veel resultaten van de scholen hebben kunnen krijgen, hebben we wel geconstateerd dat scholen dit wel een degelijk concept vinden. We hebben vaak de reactie gekregen dat het concept interessant is en dat ze zeker op hoogte gehouden willen worden van de resultaten. Ook omdat alle scholen doen aan maatschappelijke stage, terwijl het niet meer verplicht is, kan geconcludeerd worden dat de stages dus kan worden gezien als een essentieel onderdeel binnen het onderwijs.

18. 17 2.2.3 Veiligheid In de eerste fase zijn we erachter gekomen dat veiligheid een veel genoemd aspect is, waar ouderen mee zitten. Ze willen namelijk wel dat er veiligheidsmaatregelen worden genomen, om een beter gevoel te kunnen krijgen bij het project. Voor veel ouderen kan veiligheid tevens ook een struikelblok zijn, waardoor ze kunnen afhaken. Ondanks dat, hebben ouderen aangegeven dat het geen probleem is, als verschillende jongeren over de vloer komen. Ook leerlingen met een andere cultuur, nationaliteit, huidskleur etc. vormen geen belemmering. Verder zullen inloggegevens ook geen probleem zijn, omdat de meeste ouderen al gebruik maken van smartphones en tablets, waar de app automatisch op geïnstalleerd staat. Verder is het belangrijk, dat ook de student is voorzien van veiligheidsmaatregelen. Het kan zijn, dat een student tijdens het ophangen van een schilderij een vaas omstoot of van een kruk afvalt. In dit soort gevallen moet de student ook verzekerd zijn, om onvoorziene kosten te kunnen dekken.

19. 18 2.3 Fase 3: Ideate In deze fase worden verschillende mogelijke uitkomsten gegenereerd, aan de hand van de voorgaande fases. 2.3.1 Ello app Ello1 had al een prototype ontworpen, om de gebruikers te laten ervaren hoe het in zijn werking zal gaan. In het prototype waren al verschillende functionaliteiten in verwerkt. Wij hebben dit prototype onder handen genomen en aan de hand van de voorgaande resultaten zijn er een aantal functionaliteiten bijgekomen. (Ello1, 2015) Functie Omschrijving Toelichtingsknop bij beoordeling Een handige functie is, om je beoordelingen te kunnen onderbouwen. Dit is echter alleen voor degene, die een toelichting willen geven op de beoordeling. Bevestigingsmail Iedereen wordt op de hoogte gehouden van de ontwikkeling over de mail. Zo krijgt een oudere een bevestigingsmail, als hij/zij een klus heeft geplaats. Ook krijgt de student een mail doordat er reactie op de klus/activiteit is geplaatst of dat de begeleider deze heeft goedgekeurd. Goedkeuring begeleider De begeleider krijgt een beheerplatform, waarin hij de leerlingen kan controleren, beoordelingen kan lezen, goedkeuringen kan geven, klussen kan toewijzen en nog meer functionaliteiten die aan de begeleider gehangen zal gaan worden. Aanmeld en afmeld optie De leerling dient zich voor binnenkomst bij de ouder aan te melden via de app. De student dient zich tevens weer af te melden als hij/zij de klus heeft afgerond en is weggegaan. Zo kan de begeleider zien hoelang de student al aanwezig is daar en als het te lang duurt of te kort heeft geduurd hierop inspelen. Inlogsysteem Iedereen dient zich in te loggen met zijn/haar eigen account. Daardoor zijn niet alleen de persoonlijke gegevens altijd beschikbaar voor bevoegde, maar zijn ook de gegevens (geplaatste klussen, afgeronde klussen, persoonlijke beoordelingen etc.) beschikbaar voor de persoon zelf. Button en onderdeel activiteiten Uit onderzoek is gebleken, dat ouderen ook enthousiast waren over het onderdeel activiteiten. Voor het gemak hebben we dus twee hoofdbuttons aangehouden: Klusjes en activiteiten. Mijn klusjes button Deze knop dient voor eigenbeheer van klusjes en activiteiten, voor zowel de student als ouder. De ouder kan hierin bijvoorbeeld leerlingen en afgeronde klusjes beoordelen en de student zou hier de geschiedenis van de klusjes kunnen inzien die hij/zij heeft uitgevoerd.

20. 19 2.3.2 Veiligheid Na verschillende instanties te hebben benaderd en de nodige deskresearch hebben uitgevoerd zijn we tot de conclusie gekomen om verschillende aspecten te bundelen. Zo hebben we begrepen dat verschillende instanties, zoals student aan huis werken met naam badges. Op internet hebben we gelezen dat begeleiders vaak de controle houden. Zelf hebben we bedacht dat een account ook een grote deel van de veiligheid kan waarborgen. Door al deze verschillende aspecten bijeen te voegen, zijn we tot een uiteindelijke conclusie gekomen, hoe we zo goed mogelijk de veiligheid kunnen waarborgen. 2.3.2.1 Eigen account Ten eerste dient iedereen zijn of haar eigen account te hebben. Zo voorkom je dat mensen fraude gaan plegen, door klussen te plaatsen of te reageren op klusjes namens anderen. Ook kan iedereen hierdoor zijn/haar eigen klussen beheren, waardoor het overzicht per persoon bewaard wordt. Tevens is iedereen zijn account beveiligd met een wachtwoord en dus niet inzichtelijk voor onbevoegde. Overigens kunnen er wel rechten worden verleend aan begeleiders, zodat zij de controle op ouderen en studenten kunnen behouden. Een nadeel kan zijn dat ouderen hun wachtwoord vergeten of geen account zelf kunnen aanmaken. Voor noodgevallen is er een telefoonnummer beschikbaar van de begeleiders, die ze hierbij kunnen helpen. Een idee is om in het begin van het traject een bijeenkomst te organiseren, waar ouderen, die hulp nodig hebben met betrekking tot de app Ello geholpen kunnen worden bij het maken van inlogaccounts en het verhelderen van andere onduidelijkheden. 2.3.2.2 Begeleider Ten tweede heeft een begeleider altijd een aantal leerlingen onder zijn/haar hoede tijdens een stageperiode. Deze begeleider is verantwoordelijk voor de gang van zaken. Zo kan een leerling reageren op een bepaalde klus. De begeleider moet echter eerst een goedkeuring geven aan de leerling. De begeleider kan hierdoor controleren of de leerling wel geschikt is voor de klus en of hij/zei geen eerdere negatieve contacten heeft gehad met de ouder. Begeleiders dienen hun leerling te kennen en weten daarom ook of hij/zij geschikt is. Het kan ook voorkomen dat de leerling reageert op een klus en de begeleider denkt dat de ouder een probleem kan zijn voor de leerling. Zo kan hij/zij ook zijn eigen leerling in bescherming nemen door iemand te sturen, waar de ouder geen probleem voor is, in de ogen van de begeleider. Daarnaast kan de begeleider ook klussen zelf verdelen onder de leerlingen. Zo kan die door FIFO (First in first out) toe te passen, klussen verdelen, die te lang blijven liggen. Uiteraard is het hierbij aan de begeleider om te bepalen of de leerling de klus kan weigeren of niet. Een nadeel kan zijn dat de werkdruk van de begeleider kan toenemen. Echter zijn wij van mening dat de app zo aangepast kan worden, dat een nog efficiëntere werkwijze mogelijk is. Dan zouden begeleiders minder handelingen hebben en met meer gemak zijn of haar leerlingen kunnen aansturen.

21. 20 2.3.2.3 Leerlingen Leerlingen kunnen reageren op een klus/activiteit. De begeleider geeft dan een goedkeuring en de leerling kan dan de klus uitvoeren bij een ouder. Per klus krijgen studenten een beoordeling van de ouder. Aan de hand hiervan kan ook een eindscore worden bepaald en kan de begeleider zeggen dat een student de MAS (maatschappelijke stage) met een voldoende heeft afgesloten of niet. Een leerling dient altijd een naambadge te hebben. Daarin staat:  Ello logo  De naam van de school (of logo als de naam er duidelijk in verwerkt staat)  Naam van de leerling zelf  Geboortejaar  Opleiding en leerjaar Als de student aan de deur geen naambadge heeft met de bovenstaande punten, kan hij/zij worden geweigerd en dan wordt hier een melding van gemaakt. Ook moeten zij zich altijd ten alle tijden kunnen legitimeren met een geldige legitimatie, als een oudere hiernaar vraagt. Wij hebben soort gelijke organisaties benaderd, hierbij kunt u denken aan studentaanhuis.nl en studentkarwei.nl. Hieruit kwam naar voren dat deze organisaties de veiligheid waarborgen, door de studenten zich te laten legitimeren en exacte tijdstippen af te spreken met klanten en zo zijn wij op deze combinatie gekomen. Het email contact vindt u terug in bijlage 7.4. De leerling dient zich tevens via de app aan te melden en af te melden voor een klus. Aanmelden doe je als je binnen wordt gelaten en afmelden als je de ouder hebt verlaten. Zo kan de begeleider altijd zien wanneer je ergens binnen bent geweest en hoelang je binnen bent geweest. Zo kan het bijvoorbeeld zijn, dat iemand al 2uur binnen is voor de klus schilderij ophangen. Dan kan de begeleider direct contact opnemen met zowel de ouder, als de student en vragen waarom het zo lang duurt. Dit is voor de veiligheid van beide partijen. Belangrijk is dat de scholen een verzekering hebben, met dekking voor buitenschoolse activiteiten en stages. Voor de gemeente Zoetermeer is dit geen probleem, hebben wij begrepen. Toch is het handig om de voorwaarden na te gaan, zodat de begeleiders de nodige acties te kunnen ondernemen. Zo is voor sommige verzekeraars belangrijk, dat de stagelocatie wordt doorgegeven aan de verzekeraar. Ook de gemeente heeft een vrijwilligersverzekering. De vrijwilligersverzekering van de gemeente Zoetermeer dekt ook de maatschappelijke stagiaires. De leerling kan ook via de ouders een aansprakelijkheidsverzekering hebben, waardoor ze ook op deze manier gedekt zijn.

22. 21 2.4 Fase 4: Prototype Voor het prototype hebben wij als referentie het vorige ontwerp van de Ello1 groep gehandhaafd. Wij zijn met dit prototype om de tafel gaan zitten als teamen hebben toen ideeën als de datum veranderen en een bevestigingsmail toegevoegd. In plaats van ‘ Klusjes’, ‘ Meet-up’, en ‘Projecten’, hebben wij de knoppen ‘ Klusjes’ en ‘Activiteiten’ aangehouden. 2.5 Fase 5: Test Na bovenstaande punten te hebben geïmplementeerd in het prototype, zijn wij terug naar de ouderen gegaan en hebben we het nieuwe prototype met hen gedeeld. Het doel hiervan, was dat de ouderen konden meedenken met het bouwen van het prototype en hun eisen ten opzichte van Ello kenbaar konden maken. Zij zijn per slot van rekening de gebruikers. De ouderen gaven als input, om een toelichtingsknop toe te voegen, bij het beoordelen van leerlingen. Ook gaven de ouderen aan, dat zij het liefst zo min mogelijk knoppen zien om het geheel overzichtelijker te maken.

23. 22 3 Resultaten In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het literatuuronderzoek en de interviews beschreven. Met behulp van literatuuronderzoek en interviews met de ouderen, scholen en leerlingen zijn de aspecten wenselijkheid en haalbaarheid onderzocht. 3.1 Interviews ouderen In deze paragraaf zijn de resultaten van de interviews opgenomen. De interviews zijn bij de ouderen thuis afgenomen en de leerlingen zijn op straat korte vragen gesteld. De interviewresultaten van de ouderen zijn onderverdeeld over 5 categorieën, namelijk Zelfstandigheid, Sociale contacten, Hobby’s, IT en Interesse ELLO. Zelfstandigheid Bij klussen worden vaak buren, familie of kennissen ingeschakeld. Hierbij kunt u denken aan problemen met de computer, een deur die geplaatst moet worden of een schutting die moet worden geverfd. Taken in het huishouden en zaken als boodschappen worden vaak zelf gedaan. Sociale contacten De sociale contacten van de ouderen bestaan voornamelijk uit familie en vrienden. Hobby’s Hobby’s van de ouderen zijn vaak televisie kijken, kaartspellen, wandelen, bezienswaardigheden bezoeken (zoals musea) en lezen. IT Omdat ELLO een elektronische oplossing is, moeten de ouderen de mogelijkheid hebben om het te gebruiken. Uit onze interviews blijkt, dat iedereen nu een computer, laptop of smartphone heeft of deze in de toekomst gaat aanschaffen. Daarnaast gaf iedereen aan positief tegenover de technologie te staan. Interesse ELLO? Het overgrote merendeel van de ouderen staat positief tegenover ELLO, ze geven bijvoorbeeld aan dat ze activiteiten als wandelingen wel willen doen. Omgekeerd zijn zij ook bereid om leerlingen te helpen, met zaken als huiswerk. Overige punten De groep ouderen geeft aan, dat het belangrijk is voor de koppeling, dat er een klik is tussen de ouderen en de leerlingen; Dat de interesses hetzelfde zijn. Ook veiligheid is een aspect wat bij vrijwel ieder interview terugkwam, de ouderen willen garantie dat de leerling die langskomt, wel echt de leerling is die zich voor de klus heeft aangemeld. Tevens vindt u een overzicht van alle resultaten van het eerste interview terug in de bijlage 8.2 en de resultaten van het tweede interview is te vinden in bijlage 8.3.

24. 23 4.1.1 Interviews leerlingen We hebben leerlingen op straat aangesproken en korte vragen gesteld of zij ELLO zien zitten of ouderen willen helpen met klusjes. De uitkomst hiervan is op onderstaande afbeelding te zien. Figuur 6 Uitwerkingen interviews jongeren Van de geïnterviewde leerlingen vindt dus 75% het een goed idee, om met behulp van ELLO ouderen te helpen t.b.v. hun maatschappelijke stage. Ook de ouderen staan hier positief tegenover, de merendeel van de groep vind het een goed en leuk initiatief. Op de afbeelding hieronder is dit te zien. Geel staat voor interesse. Het was lastig om de scholen te benaderen, er is uiteindelijk door een aantal gereageerd via de telefoon. Ook zij waren enthousiast over ELLO. 1 van de scholen reageerde via de e-mail. Deze gaf aan het een leuk initiatief te vinden maar vond het stadium nog te pril en had het te druk (zie e-mail bijlage 7.5) Leuk 75% weet het niet 8% Niet leuk 17% ELLO voor maatschappelijke stage?

25. 24 3.2 Literatuuronderzoek/deskresearch Uit onderzoek blijkt, dat alle scholen in Zoetermeer nog doen aan maatschappelijke stages dit is een belangrijke eis om ELLO mogelijk te maken. (Erasmus College, 2007) (Stedelijk College, 2014) (Scholen Combinatie Zoetermeer, 2014) Om de ouderen gebruik te laten maken van de app ELLO, hebben ouderen beschikking nodig over een laptop, tablet, smartphone of computer. Uit literatuuronderzoek blijkt, dat veel ouderen deze middelen inmiddels hebben. “Ouderen zijn de laatste jaren massaal gebruik gaan maken van internet”. (Schalken, 2012) Het is makkelijker dan ooit, om zonder technische kennis te surfen of foto’s te bekijken. (Schalken, 2012) Ook het CBS geeft aan dat ouderen steeds meer gebruik gaan maken van het internet: “Het aandeel 65- tot 75-jarige Nederlanders dat gebruikmaakt van internet is sinds 2005 ruim verdubbeld. Het internetgebruik in deze leeftijdsgroep, is vrijwel nergens in de EU zo hoog als in Nederland. Steeds meer ouderen bellen, winkelen en bankieren via het internet.” Een derde van de 75-plussers gebruikt internet. (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2013) Met deze resultaten is het duidelijk dat veel ouderen technologie gebruiken of gaan gebruiken. Dit komt overeen met onze interviewresultaten.

26. 25 4 Advies In dit hoofdstuk is ons advies opgenomen. Dit advies is tot stand gekomen door de interviews, deskresearch en design thinking (prototype laten zien). De onderzoeksvragen zijn afkomstig uit het projectplan. Hier zijn deze verdeeld onder de paragrafen Wenselijkheid, Haalbaarheid, Veiligheid en Ello app. 4.1 Wenselijkheid Voor het beoordelen van de wenselijkheid is het noodzakelijk om de wensen en eisen van de doelgroepen, en bereidbaarheid tot gebruik van de app ELLO te toetsen. Zoals het hoofdstuk resultaten weergeeft, staan de groepen positief tegenover ELLO. Hieronder volgen de beantwoorde onderzoeksvragen.  Hoe open staan scholen voor het idee van Ello? Gemengd; we hebben aan aantal scholen benaderd in Zoetermeer, waarvan zij niet allemaal reageerden. Wel doen alle scholen nog aan maatschappelijke stages en degenen die wel reageerden (3) staan positief tegenover Ello.  Hoe open staan leerlingen voor het idee van Ello? We hebben de leerlingen zonder hulp van de scholen benaderd; op straat. Zoals in het hoofdstuk resultaten staat beschreven, is het merendeel van de leerlingen positief, 75% ziet zichzelf wel ELLO gebruiken om ouderen te helpen met klusjes.  Hoe open staan ouderen voor het idee van Ello? De ouderen waren het meest positief van alle groepen; de overgrote meerderheid is positief tegenover ELLO. Ze staan er open voor om studenten over te vloer te krijgen en hulp te krijgen bij klusjes. Ook gaven zij aan bereid te zijn om studenten te helpen met bijvoorbeeld huiswerk.  Hoe reageren ouderen op prototype Ello? Het prototype werd goed ontvangen; er waren een aantal punten voor verbetering, zoals een optie om een toelichting te geven bij de beoordelingen en minder knoppen voor de overzichtelijkheid.  Hoe reageren leerlingen op prototype Ello? We hebben niet de gelegenheid gehad om de leerlingen het prototype te laten zien.  Hoe reageren scholen op prototype Ello? We hebben niet de gelegenheid gehad om de scholen het prototype te laten zien.

27. 26 4.2 Haalbaarheid Bestaande projecten/apps...  Wat is er op dit gebied al qua klusjesbemiddeling al? Op het gebied van klusjesbemiddeling is er op dit moment het prikbord van VIP voor vrijwilligers. (Vip voor Vrijwilligers, 2014) Verder is er het product van student aan huis. Hier kunnen mensen ook klusjes plaatsen, maar dan voor technische zaken zoals computers, laptops en printers. (Student aan Huis, 2015) o Hoe functioneert dat? Het initiatief van stichting mooi is een online platform waar mensen klussen kunnen plaatsen, deze klussen worden vervolgens gecontroleerd door een groep ‘moderators’ van vrijwilligers van stichting mooi. Er is echter er geen controle, wie de klus gaat oppakken en of de klus uitgevoerd is. Student aan huis wordt aangeboden door een commercieel bedrijf wat mensen in dienst heeft, die opdrachtgevers aan opdrachtnemers koppelt. (Student aan Huis, 2015)  Hoe bevalt dit? Hier is niet iets concreets over te zeggen, maar na te hebben gekeken op het prikbord van stichting mooi zien we dat het niet actief wordt gebruikt. Er staan aanbiedingen van een jaar of ouder. o Hoe moet je Ello positioneren (of juist integreren met??) –zie o.a. Senior web, Student aan huis, en de Stichting Mooi oplossingen. Ello is een op zichzelf staand concept, daar het om zowel klusjes als activiteiten gaat is het niet mogelijk om het te koppelen met bijvoorbeeld de oplossing van Student aan huis.  Welke rol kan een welzijnsinstelling zoals Stichting Mooi (of een andere) betekenen? (VIP voor vrijwilligers) Stichting mooi kan ons voorzien van informatie, om ons te helpen met ons project. Ook zouden ze reclame kunnen maken voor ELLO (doorlinken op hun website). Dit zijn uiteraard aannames van ons. Ouderen Jongeren(scholen)  Hebben ouderen klusjes? Ja, uit de interviews blijkt dat alle ouderen klusjes hebben. De grootste groep schakelt hun buren, vrienden, familie of kennissen in voor de ‘grotere’ klussen, zoals een schilderij ophangen, een deur plaatsen, of meubilair verhuizen. De kleinere klusjes worden echter door de ouderen zelf gedaan. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld boodschappen doen, de hond uitlaten en het huishouden. o Wat voor soort klusjes hebben ouderen? De klusjes variëren van het huishouden, boodschappen doen en met de hond wandelen tot incidenteel zwaardere klussen, zoals boven is vermeld.

28. 27 o En hoe vaak? Dit verschilt per klus, het huishouden is een taak die elke dag terugkomt, als er echter wordt gekeken naar de zwaardere klussen komen deze veel minder vaak voor. Omdat deze klussen zwaarder zijn blijven deze vaak liggen totdat er een hulp langskomt, zoals een familielid of een buurman. o Hoe zorgen ze nu dat die worden gedaan De kleinere klusjes worden door de ouderen zelf gedaan, sommige ouderen hebben bijvoorbeeld huishoudelijke hulp. Deze huishoudelijke hulp komt 1x per week langs om te helpen met bijvoorbeeld strijken, opruimen en stofzuigen. o Hoe goed gaat dat dan? Tot nu toe geeft iedereen aan dat het goed gaat, voor de grotere klussen is er meer hulp nodig. Bijvoorbeeld van leerlingen.  Wat voor soort klusjes zouden via een App richting leerlingen kunnen? Welke niet De leerlingen kunnen de ouderen helpen met klusjes, omtrent het huishouden, tuinonderhoud of bij problemen met de computer. Overigens kunnen de leerlingen geen hulp bieden in de verzorging (de ouderen wassen etc.), aangezien hier een diploma voor noodzakelijk is.  Hoe gaan scholen om met maatschappelijke stages en sociale doelen? De scholen, die wij hebben benaderd in de Gemeente Zoetermeer doen allemaal aan maatschappelijke stages en leggen de focus op het behalen van sociale en maatschappelijk doelen, middels de leerlingen. o Hebben ze ambities op dit vlak, zo ja welke? De scholen hebben aangegeven open te staan voor het concept Ello. Ze waren erg positief over het idee en zien potentie in Ello. Dit gaven zij telefonisch aan.

29. 28 4.3 Veiligheid  Hoe ga je om met persoonlijke gegevens? Om de persoonlijke gegevens te waarborgen moet de applicatie Ello beschikken over een inlogsysteem, waarin de gegevens netjes worden opgeborgen. Iedereen die de applicatie gebruikt beschikt over een account (leerlingen, ouderen en begeleidend docent).  Hoe ga je om met persoonlijke veiligheid van ouderen en leerlingen? Uit de interviews is gebleken, dat de ouderen erg gesteld zijn op de veiligheid en om te zorgen dat het de juiste persoon is die voor de deur staat, is het genoodzaakt dat de leerling een badge draagt. Op de badge staan zijn of haar gegevens. Ook kunnen de ouderen vragen aan de leerling om zich extra te legitimeren (ID), dit als extra controle.  Hoe ga je veiligheid monitoren? Het monitoren van de veiligheid zal gebeuren door een docent, die de rol van begeleider op zich neemt. Deze begeleider zal erop toezien, dat de leerlingen met de ouderen worden gekoppeld. Ook zal de begeleider controleren of de leerling geschikt is voor de taak die hij/zij gaat uitvoeren bij de ouderen. Zo zal een student die niet goed is op IT- gebied sneller een ander klusje krijgen, dan bijvoorbeeld een printer repareren. Verder zal de begeleider erop toezien dat de student de klus binnen de vastgestelde tijd afrond. Dit kan door middel van een telefoontje. Tot slot kan de begeleider inzien wat de beoordelingen zijn van de ouderen aan de studenten. Als een oudere een lage beoordeling geeft aan een student, is het niet voor de hand liggend deze student opnieuw met deze oudere te koppelen.  Hoe ga je (probleem)jongeren aanpakken? De jongeren worden door middel van het puntensysteem gemotiveerd om zich in te zetten en te gedragen. Als iemand zijn best niet doet of zich niet gedraagt haalt diegene zijn punten niet voor de maatschappelijke stage, terwijl dit verplicht is van de school. Naar aanleiding van de antwoorden op onze onderzoeksvragen, hebben wij het volgende vastgesteld; alle betrokken doelgroepen zijn enthousiast over zowel het concept Ello als de app Ello en zij zien zeker potentie voor in de toekomst. Als we kijken naar de haalbaarheid zien we dat er al bestaande oplossingen zijn, maar dat hier niet ruimte is voor een maatschappelijke stage (het is commercieel). Verder hebben de studenten hier al ervaring, terwijl een van de doelen van een maatschappelijke stage ervaring opdoen is. Bovendien doet student aan huis alleen aan ICT gerelateerde klusjes, activiteiten voor bijvoorbeeld de gezelligheid vallen buiten Student aan Huis.

30. 29 5 Conclusie en aanbevelingen In dit hoofdstuk is onze conclusie opgenomen en ons advies voor de volgende groep. De belangrijkste conclusies van ons onderzoek is, dat het concept Ello zeker wenselijk en haalbaar is, alle betrokken doelgroepen zijn enthousiast over het concept. Ook hebben alle partijen toegang tot de middelen, zoals computers, om de app Ello te gebruiken. Het advies die wij voor de volgende groep hebben is dat zij moeten kijken naar het financiële aspect van Ello. Wij wilden het financiële plaatje wel meenemen, maar dit viel buiten onze scope en ook zou dit niet haalbaar zijn in verband met de 10 weken, die hiervoor waren uitgetrokken. Via Stichting Mooi hebben wij vernomen, dat het Oranje fonds de instantie is, die mogelijk kan financieren. De eis is echter wel, dat je als groep met een concreet plan komt. De volgende groep kan dus bij deze instantie aankloppen. Ook het software ontwikkeling gedeelte valt buiten onze scope, hierbij gaat het om de app. Hierbij kunt u denken aan: Wie gaat de app ontwikkelen? Wie gaat het monitoren of updaten? Wellicht dat de volgende groep zich hiermee kan bezig houden. Ook hebben wij de sterke en zwakke punten in kaart gebracht, door middel van een SWOT- analyse. Dit is gebaseerd op de applicatie na alle feedback. Deze SWOT-analyse is te vinden in bijlage 7.3. Tot slot moeten de scholen naar ons inzien beter worden betrokken bij Ello, zoals eerder is aangegeven, ging dit bij ons niet erg goed. Mede vanwege de tijd die wij tot onze beschikking hadden voor dit project. We hebben ze kort gesproken, maar niet met ze rond de tafel gezeten. Een volgende groep geven wij als advies dit zeker te gaan doen. Wel hebben wij in ons prototype een scherm opgenomen voor de begeleidend docent, mogelijk ter controle op de leerlingen, die hij/zij begeleidt. Omdat de scholen weinig input hebben geleverd hebben wij hier niet verder aan gewerkt. Wij hebben geen gesprek met hun gehad, waar wij het graag over de gewenste functionaliteiten wilden hebben. Dit zou wellicht een uitdaging kunnen zijn, om dit verder te realiseren. Wat betreft het aspect veiligheid van de leerlingen hebben wij dit niet verder onderzocht. Wij hebben ons voornamelijk gefocust op de veiligheid van de ouderen, aangezien zij hier veel waarde aan hechten. Wij raden de volgende groep aan hier meer naar te kijken.

31. 30 6 Bibliography Alphen, D. v. (2014). Ouderen in een digitale maatschappij. Utrecht: Universiteit Utrecht. Centraal Bureau voor de Statistiek. (2013, Mei 24). CBS - Een derde van de 75-plussers gebruikt internet - Webmagazine. Opgehaald van CBS: http://www.cbs.nl/nl- NL/menu/themas/vrije-tijd-cultuur/publicaties/artikelen/archief/2013/2013-3834- wm.htm Centraal Bureau voor de Statistiek. (2013, December 13). CBS - Internetgebruik ouderen fors toegenomen - Webmagazine. Opgehaald van CBS: http://www.cbs.nl/nl- NL/menu/themas/vrije-tijd-cultuur/publicaties/artikelen/archief/2013/2013-4005- wm.htm Ello1. (2015). Adviesrapport. Zoetermeer: Haagse Hogeschool. Erasmus College. (2007). Erasmus College - Maatschappelijke stage. Opgehaald van Erasmus College: http://www.erasmuscollege.nl/nl/pages/leerlingen/maatschappelijke_stage Hartog, N. d. (2015). verslag morgenster vriendschap dating bureau. Zoetermeer: Stichting mooi. Honig, M. (2015, Augustus 15). Ouderen en Technologie. Amsterdam. Hoppe, A. (2013). Ouderen en de veranderingen van ICT. Utrecht. Linders, L. (2004). Eenzaamheid in de digitale stad. Eindhoven. M.A.J. Linde, W. v. (2012). Essay toekomst wonen met zorg in Nederland. Utrecht: TNO. Marjolein Broese van Groenou, T. v. (sd). Mens & maatschappij. Meijer, M. (2015). aankondigingsbrief behoefte onderzoek. Zoetermeer: Stichting mooi. Meijer, M. (2015). Aantekeningen documenten. Zoetermeer: Stichting mooi. Meijer, M. (2015). STAR. Zoetermeer: Stichting mooi. Meijer, M. (2015). SWOT analyse. Zoetermeer: Stichting mooi. Meijer, M. (2015). Uitkomsten voor de bewoners van de Morgenster. Zoetermeer: Stichting mooi. Meijer, M. (2015). Uitnodiging speeddate middag. Zoetermeer: Stichting mooi. Meijer, M. (2015). vragenlijst, antwoorden en uitkomsten. Zoetermeer: Stichting mooi. OSO, B. v. (2012). Enquete publicatie . Zoetermeer. Ouderenbonden, O. S. (2010). Enquete samenvatting. Zoetermeer: OSO. Rijksoverheid. (2015). Hoe is de zorg en ondersteuning per 2015 georganiseerd? Rijksoverheid. Schalken, F. (2012). Digitale Ouderen. Scholen Combinatie Zoetermeer. (2014). Kerstactiviteiten voor ouderen. Opgehaald van Scholen Combinatie Zoetermeer: http://www.scholencombinatiezoetermeer.nl/cgi- oic/pagedb.exe/show?no=1849&fromno=1 Stedelijk College. (2014). INFORMATIEGIDS 2013-2014. Zoetermeer, Zuid-Holland. Stekelenburg, J. (2012). resultaten enquete. Zoetermeer. Student aan Huis. (2015). Computerhulp aan huis » Studentaanhuis. Opgehaald van Student aan Huis: https://www.studentaanhuis.nl/ Student aan Huis. (2015). Student aan Huis. Opgehaald van Student aan Huis: https://www.studentaanhuis.nl/algemene-voorwaarden/ Vip voor Vrijwilligers. (2014). Prikbord. Opgehaald van Vip voor Vrijwilligers: http://prikbord.vipvoorvrijwilligers.nl/

32. 31 7 Bijlage In dit hoofdstuk vindt u de bijlagen, die van toepassing zijn voor ons project. 7.1 Vragen interview ouderen Dit is een overzicht van de vragen, die wij hebben gesteld aan de ouderen tijdens het afnemen van de interview. Wij hebben gekozen voor vier categorieën, omdat wij hier meer over wilden weten. Dagelijkse activiteiten Sociale netwerk Algemene info Vragen over ELLO Hoe ziet een doorsnee dag bij u eruit? Heeft u een grote familie? Wat zijn uw hobby’s/ interesses? Hoe zou u het vinden als leerlingen bepaalde klusjes voor u zouden uitvoeren. Wat doet u s’ avonds? Kijkt u een bepaalde serie dagelijks op tv? Ziet u uw kleinkinderen vaak? Zo ja, hoe vaak? Hoe vaak houdt u zich met uw hobby’s/ interesses bezig per week? Hoe kijk u tegen aan als er verschillende leerlingen bij u langskomen? Hoe zit het met boodschappen/klusjes? Heeft u personen waar u goed mee om gaat. Bijvoorbeeld buren of personen in de buurt? Sluit u zich aan bij bijeenkomsten, zoals bingoavonden? Of heeft u toevallig een voorkeur? - Dezelfde persoon - Geslacht - Nationaliteit Hoe aak gebruikt u een de computer? De IPad/smartphone? Wat doet u er allemaal mee? Als er klusjes bij u in huis gedaan moeten worden, wie helpt u daarbij? Wie is de eerste wie u belt? Zou u op een tablet, telefoon, laptop contact willen leggen en/of klusjes willen plaatsen voor jongeren? Bezitten ze deze gadgets wel?

33. 32 7.2 Interviewverslagen Persoon 1 – 6 oktober 15 Meneer heeft een grote familie met 8 kleinkinderen. Persoon 1 was bij het vorig project betrokken en heeft de presentaties bijgewoond en weet daarom het één en ander van het project ELLO. Meneer is in het bezit van een Ipad. Hij heeft deze aangeschaft, omdat meneer vroeger veel reisde en dit ideaal was. Omdat meneer vroeger veel reisde is meneer ook in het bezit van een boot. Hij reisde samen met z’n vrouw 30 jaar lang. Persoon 1 doet de boodschappen nu nog zelf met de auto, maar merkt wel dat het inladen van de tassen steeds moeilijker wordt. Meneer heeft altijd zelf de klusjes gedaan in huis. Dat doet hij nu wel steeds minder zelf, omdat hij ondervindt dat hij steeds langer er mee bezig is en onhandig wordt. Meneer heeft wel bepaalde personen die hij roept voor hulp. Hij heeft namelijk 4 kinderen, die hij kan benaderen. Ook vindt meneer het handiger als er iemand meegaat naar bijvoorbeeld een huisarts, omdat hij niet veel dingen meer kan onthouden en als er dan iemand mee is kan diegene het voor hem onthouden. Sinds een halfjaar heeft meneer huishoudelijke hulp. Die komt 1 keer in de week 2 uur helpen met bijvoorbeeld strijken. Meneer is lid van de wijkkerk en vaak op de zondagen wordt er koffie gedronken met een groepje. Eén keer in de maand is er een etentje tegen betaling en dat geld gaat dan naar goede doelen. Van historisch genootschap in Zoetermeer is meneer ook lid van, maar doet hier verder niks bijzonders mee. Meneer wil graag nog een keer klaverjassen of te britsen. Als hij hier een uitnodiging voor zou krijgen, zou hij zeker wel gaan. Dit moet overigens wel plaatsvinden in de avond na het nieuws. Maar als het in de middag zou kunnen, zou meneer hier ook oor voor hebben. Het ligt er aan waar het is en wie het gezelschap is. Meneer staat niet open om met een studenten eventueel te kaarten bij hem thuis. Hij wilt liever iemand van zijn eigen leeftijd. Dit komt ook wel een beetje door het nieuws van tegenwoordig. Persoon 1 is erg voorzichtig, omdat hij niet veel meer kan. Ook als wij de veiligheid kunnen garanderen voor de app ELLO staat meneer hier niet open voor. Meneer heeft wel raad met klusjes die uitgevoerd moeten worden, ook met computerproblemen heeft hij wel personen., met name familie.

34. 33 Persoon 4 – 6 oktober 15 Persoon 4 heeft met het vorig project meegedaan en is dus bekent met het project. Zij is aanwezig geweest bij de presentatie en vond ELLO erg leuk! Het onderwerp vond

Add a comment