De CCI, ontstaan, indruk en pilot

50 %
50 %
Information about De CCI, ontstaan, indruk en pilot
Health & Medicine

Published on February 20, 2014

Author: Wereldwijdwekom

Source: slideshare.net

Description

Wat maakt dat de cliënt zo zelfredzaam is als hij op dit moment is? Welke interventie is nodig om te groeien in zelfredzaamheid? Welke krachten van de cliënt zelf worden ingezet? Wat wil de cliënt zelf eigenlijk? Vragen als deze spelen een steeds grotere rol bij zorgtoewijzingsbeleid.

De Cornelisse Competentie Index (CCI) is ontwikkeld als een screeningsinstrument voor HBO opgeleide hulpverleners die de zorgvraag van een adolescent onderzoeken. Het instrument is ontwikkeld in opdracht van de GGD Rotterdam.

De CCI is opgebouwd uit drie tabbladen. De eerste betreft de hulpvraag van de jongere. Deze wordt expliciet weergegeven. Ook wordt er gevraagd naar de verwachting van de jongere m.b.t. de woonbegeleiding. Op deze manier wordt ervoor gewaakt dat het hulpaanbod niet aansluit bij de vraag van de jongere. Het tweede tabblad vraag naar taken. Het derde tabblad betreft de beïnvloedende factoren.

Zorgvraagverduidelijking; zelfredzaamheid & leerpunten CCI ; een zvv op basis van het competentiemodel Rianne Cornelisse 2014

Rianne Cornelisse OnOvOn Ontwikkeling •Methodieken •Instrument •Kwaliteit •Effectiviteit Overdracht •Deskundigheid •Training •“Good Practice” Ondersteuning •Delen van verantwoordelijkheid •Casuïstiekbespreking •Rapportage •Intervisie •Coaching on the Job •Erkennen Verworven Competenties

Waarom kiezen voor de CCI? 1. Er is expliciet zicht op eigen krachten van de jongere 2. Het instrument brengt de leerpunten helder in kaart 3. Het instrument geeft een goed beeld van de begeleidbaarheid van de jongere

Uitgangspunten CCI ZVV vragen gericht op competentie model i.p.v. medisch model -> duidelijker beeld hoeveel leerpunten er nog zijn (begeleidingsintensiteit) -> aandacht voor krachten van jongere -> eigen hulpvraag meer centraal Instrument ontwikkeld op basis van TVA (veel gebruikt in Justitie), CIDI, UCL en literatuur betreffende snelscrenen en risicofactoren

De CCI (Cornelisse Competentie Index) Taken : •werkelijke taken •taken in overdrachtelijke zin •ontwikkelingstaken van de adolescentie (+ kort over ouderschap) Beïnvloedende factoren: •beïnvloedende factoren van de omgeving •beïnvloedende factoren van de persoon

Taken 1. 2. 3. 4. 5. Positie ten opzichte van de opvoeders; verwerven van autonomie ten opzichte van de opvoeders en het bepalen van een eigen plaats binnen de veranderende relaties in het gezin en de familie. Onderwijs of werk: kennis en vaardigheden opdoen om een beroep uit te kunnen oefenen en een keuze te maken ten aanzien van werk. Vrije tijd: ondernemen van leuke activiteiten in de vrije tijd en het zinvol doorbrengen van de tijd waarin er geen verplichtingen zijn. Eigen woonsituatie: zoeken of creëren van een plek waar je goed kunt wonen en het omgaan met huisgenoten. Autoriteit en instanties: accepteren dat er instanties en personen boven je gesteld zijn, binnen geldende regels en codes opkomen voor eigen belang.

Taken 6. Gezondheid en uiterlijk: zorgen voor een goede lichamelijke conditie, een uiterlijk waar je je prettig bij voelt, een goede voeding en het vermijden van overmatige risico’s. 7. Sociale contacten en vriendschappen: contacten leggen en onderhouden, oog hebben voor wat contacten met anderen kunnen opleveren, openstellen voor vriendschap, vertrouwen geven en nemen, wederzijdse acceptatie. 8. Intimiteit en seksualiteit: ontdekken wat mogelijkheden en wensen zijn in intieme en seksuele relaties. 9. Financieel beheer: kunnen plannen, verantwoording dragen en gevolgen inschatten van financiële keuzes. 10. (Alleenstaand) jong ouderschap: kunnen vormgeven van ouderschapstaken.

Beïnvloedende factoren • Beïnvloedende factoren van de omgeving • Gezin van herkomst • Onderwijs & werk historie • Maatschappij Beïnvloedende factoren van de persoon •Eigenschappen •Kernovertuigingen •Risicovol gedrag •Begeleidbaarheid •Psychische beperkingen •Life events •Fysieke beperkingen •Verstandelijke beperkingen •Omgaan met problemen

Score Betekenis  Het gevraagde item wordt sterk ontkent. -2  De vaardigheid wordt nog niet beheerst en de jongere staat nog aan het begin van het leerproces.  Het is sterke risicofactor waar rekening mee gehouden dient te worden.  Het gevraagde item wordt ontkent. -1  De vaardigheid wordt nog niet voldoende beheerst, de jongere is lerende.  Er kan niet gesproken worden van een steunende factor, het is een lichte risicofactor.  Het gevraagde item wordt bevestigd. 1  De jongere beheerst de vaardigheid leeftijdsadequaat.  Het is een beschermende factor, zou helpend kunnen zijn in begeleiding.  Het gevraagde item wordt sterk bevestigd. 2  De jongere beheerst de vaardigheid bovenmatig goed, beter dan leeftijdsgenoten.  Het is een sterke beschermende factor die evt. ingezet kan worden in de begeleiding.

T2 Onderwijs of werk; kennis en vaardigheden opdoen om een beroep -2 -1 uit te kunnen oefenen en een keuze maken ten aanzien van werk   I T2.1 Kan zelf een dagbesteding zoeken  A  De jongere zorgt er zelf voor dat hij op tijd aankomt I T2.2 Kan realistisch plannen en komt dit na (maakt gebruik van  AI T2.3 een (digitale) agenda)   De jongere weet een baan voor langere tijd vast te houden (G T2.4 2 een maand; +2 een jaar of langer)   T2.5 Is gemotiveerd voor werk of onderwijs en laat dit zien De jongere ontleent plezier aan bepaalde aspecten van zijn  N T2.6 daginvulling (ook aan niet georganiseerde daginvulling)  A  Kan geconcentreerd werken N  T2.7 G Wanneer hij dat nodig heeft kan de jongere om hulp vragen  B T2.8 en deze accepteren G  Wanneer de jongere een meningsverschil heeft met zijn baas  B  of docent, komt hij op een rustige maar duidelijke manier  P  T2.9 voor zijn eigen belangen op Bij ouderschap; het kiezen voor en realiseren van (een  perspectief op) werk en bezigheden die recht doen aan de eigen    T2.1 ambities en mogelijkheden, (en evt.  de aspiraties van de  0 partner) en de financiële behoeften van het gezin  T2.1 Bij  ouderschap;  het  nemen  van  verantwoordelijkheid  voor  en    1 het verdelen van de taken t a v  de opvoeding van kinderen     Toelichting    1 2

Beïnvloedende factoren omgeving -2 -1 1 2 BO1. Gezin van herkomst BO1. Gezin van herkomst Onrealistische hoge of lage verwachtingen   Afwijzing door gezin van herkomst   Belastende relatie broertjes en zusjes Lage sociaal economische status gezin van herkomst (werkeloosheid, schulden, opleidingsniveau)  Taal problemen in gezin van herkomst  Afkeurende houding van ouders t.o.v. hulpverlening voor jongere  Ziekte van ouders (psychisch of lichamelijk) Ondersteunende open opvoedingssfeer Hechte gezinsbanden Positieve relatie met broertjes / zusjes Welgesteld gezin van herkomst  Goede taalvaardigheid gezin van herkomst Steunende houding van ouders t.o.v. hulpverlening voor jongere  Gezonde ouders  Afkeurende houding ouders t.o.v. geweld, criminaliteit, alcohol en  drugmisbruik  Positieve houding van ouders t.o.v. geweld, criminaliteit, alcohol en drugmisbruik toelichting max 100;  BO2. Onderwijs & werk heden /verleden BO2. Onderwijs & werk heden /verleden Veelvuldig verzuim / geen dagbesteding  Slechte schoolresultaten  Gebrek aan betrokkenheid bij de school / klasgenoten of werkplek / collega’s toelichting max 100;  Positieve inzet dagbesteding Goede schoolresultaten  Betrokken bij school en klasgenoten / collega's  BO3. Maatschappij BO3. Maatschappij Sociale uitsluiting Criminaliteit in de directe sociale omgeving  Ziet geen rol voor zichzelf in deze maatschappij Groot sociaal netwerk  Afkeuring van criminaliteit door omgeving Ziet zichzelf als positieve bijdrage aan de maatschappij Heeft geen of negatief rolmodel Heeft een positief rolmodel  Worstelt met culturele identiteit  Voelt zich verbonden met een cultuur en voelt zich daar prettig bij  toelichting max 100; 

BO1. Gezin van herkomst Onrealistische hoge of lage  verwachtingen   Afwijzing door gezin van herkomst   Belastende relatie broertjes en zusjes -2 -1 1 2                         Lage sociaal economische status gezin  van herkomst (werkeloosheid,    schulden, opleidingsniveau)  Taal problemen in gezin van herkomst  Afkeurende houding van ouders t.o.v.  hulpverlening voor jongere  Ziekte van ouders (psychisch of  lichamelijk) Positieve houding van ouders t.o.v.  geweld, criminaliteit, alcohol en  drugmisbruik toelichting max 100;                                        BO1. Gezin van herkomst Ondersteunende open  opvoedingssfeer Hechte gezinsbanden Positieve relatie met  broertjes / zusjes Welgesteld gezin van  herkomst  Goede taalvaardigheid  gezin van herkomst Steunende houding van  ouders t.o.v. hulpverlening  voor jongere  Gezonde ouders  Afkeurende houding  ouders t.o.v. geweld,  criminaliteit, alcohol en  drugmisbruik   

Beïnvloedende factoren persoon BP1. Indruk van de jongere Moeilijk temperament (boos, chagrijnig, driftig)  BP1. Indruk van de jongere Gemakkelijk in de omgang  Hyperactiviteit Rustig Impulsiviteit  Doordacht  Inadequaat omgaan met emoties (opkroppen of ontploffen) Beheerst uiten van emoties  Sterke prikkelbaarheid (snel boos/geïrriteerd)  Lage veerkracht Veel incasseringsvermogen   Sterke veerkracht  Achterblijvende taalontwikkeling Goede taalontwikkeling  Gebrek aan normbesef Sterke geïnternaliseerde normen en waarden  Focussed op één oplossing  Kan meerdere oplossingen bedenken Blijft oud gedrag, falende oplossing herhalen Kan zo nodig strategie bijstellen  Laat zich makkelijk leiden door emoties  Kan objectief redeneren  Blijft eigen eisen herhalen  Kan met iemand onderhandelen Kan/wil feedback niet vertalen naar handelen Kan feedback of advies omzetten in gedrag Geleerde wordt niet gegeneraliseerd  Kan feedback / advies in een andere situatie toepassen Maakt herhaaldelijk zelfde fouten  toelichting max 100;  Leert van conflicten, sancties en negatieve uitkomsten BP2. Kernovertuigingen BP2. Kernovertuigingen Aan mensen uit mijn netwerk heb ik niets Ik zie anderen als een bron van steun  Ik kan niks alleen    ik kan op mijzelf vertrouwen Het maakt niet uit wat ik doe Ik heb het lot in eigen hand  De maatschappij is verantwoordelijk voor het oplossen van mijn problemen  Ik ben aan zet om mijn leven te verbeteren  De jongere heeft geen/negatieve toekomstplannen/overleven hier en nu toelichting max 100;  De jongere heeft positieve (enigszins) realistische toekomstplannen  BP3. Risicovol gedrag BP3. Risicovol gedrag Geen problematisch gebruik (houdt rekening met dagelijks functioneren en  gezondheidsrisico’s) Legaal middelengebruik, maar houdt geen rekening met dagelijks functioneren en gezondheidsrisico’s Illegale middelen gebruik (cocaïne, xtc etc.)  Gebruikt geen illegale middelen Vechtpartijen (-2 maandelijks; 2 nooit voorgevallen) Geen verleden met vechten  Automutilatie  Geen verleden van automutilatie  Suïcide gevaar  toelichting max 100;  Geen suïcide gevaar

BP2. Kernovertuigingen -2 -1 1 2 Aan mensen uit mijn netwerk  heb ik niets                                     Ik kan niks alleen    Het maakt niet uit wat ik doe De maatschappij is  verantwoordelijk voor het  oplossen van mijn problemen    De jongere heeft  geen/negatieve  toekomstplannen/overleven hier    en nu toelichting max 100;  BP2. Kernovertuigingen Ik zie anderen als een  bron van steun  ik kan op mijzelf  vertrouwen Ik heb het lot in eigen  hand  Ik ben aan zet om  mijn leven te  verbeteren  De jongere heeft  positieve (enigszins)  realistische  toekomstplannen   

BP7. Psychische beperkingen ja  Heeft zich in de afgelopen 12 maanden wel eens 2 weken  of langer bijna dagelijks het grootste deel van de dag    somber, leeg of depressief gevoeld Heeft angsten die hem belemmeren te doen wat hij zou  willen doen of moeten doen (insecten, bloed, hoogtes,    menigte, spreken/eten in openbaar etc.)  Verliest de realiteit ernstig uit het oog (wanen &    hallucinaties).   Heeft last van bepaalde onplezierige gedachten die zich  spontaan en tegen zijn wil blijven opdringen (zoals het  idee dat er bacteriën op de handen zitten, mensen wat    aan kunnen doen, beschamende gedachten etc.) Heeft het onplezierige gevoel dingen steeds te moeten  doen of in een bepaalde volgorde, expliciet tellen,  woorden herhalen (zoals controleren of de deur op slot    zit, handen wassen, stoeptegels tellen etc. ) Heeft een traumatische ervaring meegemaakt    (buitengewoon ernstige of schokkende gebeurtenis) Heeft er nu nog nachtmerries over, een film in het hoofd    die zich steeds herhaalt. Probeert daar hardnekkig niet aan te denken.   Is voortdurend schrikachtig, op zijn hoede of verdoofd   Is doorgaans snel afgeleid of chaotisch   Heeft van hyperactiviteit, impulsiviteit en chaotisch zijn    het hele leven al last.      nee                                                                  

Pilot • • • • • • September 2013 tot en met januari 2014 35 jongeren zijn beoordeeld met de CCI Door ongeveer 12 medewerkers Woonbegeleiders en ZVV onderzoekers geven aan het prettig te vinden ook zicht te hebben op de krachten van de jongere. Het geeft een meer compleet en “positief” beeld van de jongere Er is geen mogelijkheid om neutraal (0) te scoren. Deze wordt ook niet meer gemist Kernovertuigingen en rolmodellen zijn heel leuk om uit te vragen, deze geven een goed beeld van de jongere en zorgt voor enthousiaste verhalen

Aanpassingen - Toevoegen vragen ouderschap Toevoegen vrijwilligerswerk Klankboord n.a.v. ontdekkingen pilot gegevens Verduidelijking en uitbreiding handboek Testen onderliggende constructen

Pilot gemiddelde berekenen O9 Financiële vaardigheden: kunnen plannen, verantwoording dragen en gevolgen inschatten -2 -1 1 2 1 Koopt prijsbewust 6% 44% 41% 9% 2 Kan pinnen / internetbankieren 0% 11% 69% 20% 0% 6% 74% 21% 3% 53% 35% 9% 0% 51% 34% 14% 3 Begrijpt bankafschriften 4 De jongere stemt zijn uitgevenpatroon af op zijn inkomsten 5 Kan consequenties overzien m.b.t. aangaan van financiële verplichtingen

Pilot opvallende scores • Opvallende scores uit de pilot – 56 % Heeft zich in de afgelopen 12 maanden wel eens 2 weken of langer bijna dagelijks het grootste deel van de dag somber, leeg of depressief gevoeld – 26 % Heeft angsten die hem belemmeren te doen wat hij zou willen doen of moeten doen (insecten, bloed, hoogtes, menigte, spreken/eten in openbaar etc.) – 60% Heeft een traumatische ervaring meegemaakt (buitengewoon ernstige of schokkende gebeurtenis) • 27% heeft jeugdhulpverlening met uithuisplaatsing, gehad en 67% daarvan wil daarover praten

Onderliggende constructen Letter Cluster A S G a T Items welke kunnen wijzen op problemen met aandachtregulatie Items welke kunnen wijzen op problemen met sociale interactie Items welke kunnen wijzen op problemen met gedragsproblemen Items welke kunnen wijzen op problemen met angstregulatie Items welke kunnen wijzen op problemen met traumaverwerking Items welke kunnen wijzen op problemen met begeleidbaarheid van de jongere Items welke kunnen wijzen op problemen met stemmingsregulatie / neerslachtigheid Items welke kunnen wijzen op een verlaagd intelligentieniveau Items welke kunnen wijzen op problemen met persoonlijkheidsontwikkeling B N I P

I AI AI G N AN GB GBP   T2 .1 T2 .2 T2 .3 T2 .4 T2 .5 T2 .6 T2 .7 T2 .8 T2 .9 T2 Onderwijs of werk; kennis en vaardigheden opdoen om een beroep uit te kunnen oefenen en een keuze maken ten aanzien van werk Kan zelf een dagbesteding zoeken  De jongere zorgt er zelf voor dat hij op tijd aankomt Kan realistisch plannen en komt dit na (maakt gebruik  van een (digitale) agenda)   De jongere weet een baan voor langere tijd vast te  houden (-2 een maand; +2 een jaar of langer) Is gemotiveerd voor werk of onderwijs en laat dit zien De jongere ontleent plezier aan bepaalde aspecten van  zijn daginvulling (ook aan niet georganiseerde  daginvulling)  Kan geconcentreerd werken Wanneer hij dat nodig heeft kan de jongere om hulp  vragen en deze accepteren Wanneer de jongere een meningsverschil heeft met zijn  baas of docent, komt hij op een rustige maar duidelijke  manier voor zijn eigen belangen op -2 -1 1 2

Voorbeeld begeleidbaarheid bp3.2 Gebruikt geen illegale middelen 0 35 0% 6% 26% 69% bp3.3 Geen verleden met vechten 0 35 0% 23% 40% 37% bp3.5 Geen suïcide gevaar Wanneer dat ter sprake komt, praat de jongere over eigen aandeel in negatieve bp4.1 gebeurtenissen De jongere ervaart veel last van zijn bp4.2 probleem/gedrag/keuzes In gesprekken over de toekomst praat de jongere op reële wijze over materiële zaken als geld en bezittingen (niet bp4.3 crimineel) Kan negatieve feedback (bijv. kritiek) bp4.4 geven. 0 35 0% 9% 31% 60% 0 35 9% 9% 63% 20% 0 35 9% 11% 69% 11% 0 35 6% 0 35 3% 29% 63% bp4.5 Kan positieve feedback ontvangen. 0 33 3% 36% 48% 12% 0% 60% 34% 6%

Voorbeeld angst ontwikkelingstaken (3&7) o3 2 2 Kan nieuwe activiteiten ondernemen 7 Kan adequaat reageren wanneer hij/zij geëmotioneerd is (woede, verdriet, zenuwen) Schaadt niet zijn eigen belangen of die van anderen en kan o7 7 zichzelf herpakken 1 6% 26% 65% 3% 3% -1 35 0 0 0 0% 63% 34% 0 35 0 0% beïnvloedende factoren persoon kernovertuiging 2 bp2. ik kan op mijzelf vertrouwen, ik red mij wel 2 psychische beperkingen 5 Heeft angsten die hem belemmeren te doen wat hij zou bp5. willen doen of moeten doen (insecten, bloed, hoogtes, 2 menigte, spreken/eten in openbaar etc.) bp5. Is voortdurend schrikachtig, op zijn hoede of verdoofd 9 omgaan met problemen bp9. 3. Vermijden van het probleem, afwachten 3 0 34 9% 74% 17% 34 26% 0% 0% 74% 20 30% 0% 0% 70% 35 54% 0% 0% 46%

Pilot aandachtpunten • • • • • Naar fysieke beperkingen wordt op een andere plek in Evita al gevraagd. Oefening en een training is gewenst. Onderzoekers geven (na oefening) aan niet veel langer bezig te zijn met het onderzoeken en invullen van dit instrument t.a.v. de voorgaande versie. De extra tijd die zij kwijt zijn, zien zij tevens als een goede investering voor de informatie die het oplevert. Bij de gegeven score is een toelichting noodzakelijk om als lezer goed te kunnen begrijpen waarom de onderzoeker scoort wat hij/zij scoort. Scores zonder uitleg hebben minder waarde. Er is een maximum afgesproken van 100 woorden. Het uitvragen van psychische problematiek wordt als zinvol ervaren. De achterliggende constructen die getracht zijn te maken zijn niet onderscheidend gebleken.

Pilot positieve punten • • • • • De CCI als instrument lijkt problematiek van de individuele cliënt goed te onderscheiden, over het algemeen zijn er geen overheersende antwoorden. Woonbegeleiders en ZVV onderzoekers geven aan dat zij aan de hand van enkel dit instrument goed in kunnen schatten welk hulpverleningstraject ingezet moet worden. Daarbij kunnen zij tevens zien waar de aandachtspunten van de begeleiding moeten liggen. Een profiel met veel -1 / +1 scores geeft weinig informatie. Dit roept direct vragen op bij de lezer over de leerpunten en begeleidingsvragen van de jongere. Dit maakt het lastig om zonder goede gesprekken en doorvragen tot een representatieve scoring te komen. Het instrument is te bespreken met en begrijpen door de jongere. Zowel de woonbegeleiders als de zvv onderzoekers zien het als een verbetering ten opzichte van de oude situatie

Advies • • • • Advies pilotgroep;  Unaniem besloten dat dit instrument CCI een verbetering is ten opzichte van de voorgaande vragen.  De CCI is een noodzakelijke aanvulling op de gegeven ZRM scores om tot een begeleidingsvoorstel te komen. Advies van de betrokken woonbegeleiders;  Op basis van enkel dit instrument kun je goed inschatten of de jongere binnen deze voorziening te begeleiden is. Advies studenten Hogeschool Rotterdam;  Instrument is een verbetering t.o.v. oude vraagstellingen. Advies OnOvOn;  Het instrument is een verbetering  Verder onderzoeken onderliggende constructen na ongeveer een jaar dataverzameling zou heel wenselijk zijn.

Waarom kiezen voor de CCI? 1. Er is expliciet zicht op eigen krachten van de jongere 2. Het instrument brengt de leerpunten helder in kaart 3. Het instrument geeft een goed beeld van de begeleidbaarheid van de jongere 4. Alle betrokkenen vinden het een verbetering!

Vragen • Rianne Cornelisse • Onovon Gedragswetenschap • www.onovon.nl • r.cornelisse@onovon.nl • 06-33051577

Add a comment

Related presentations

Related pages

De CCI, ontstaan, indruk en pilot - Health & Medicine

De CCI groeien in zelfredzaamheid 1. Zorgvraagverduidelijking; zelfredzaamheid & leerpunten CCI ; een zvv op basis van het competentiemodelRianne ...
Read more

De Zeeuwse Pilot - Education

De CCI, ontstaan, indruk en pilot Wat maakt dat de cliënt zo zelfredzaam is als hij op dit moment is? Welke interventie is nodig om te groeien in ...
Read more

Pilotaflevering - Wikipedia

... dus om de managers van een netwerk of zender in de serie geïnteresseerd te krijgen en als dat ... pilot ("achterdeurpilot ... televisieserie ontstaan ...
Read more

CCI Europe

CCI Europe frontpage is ... Like the pilot never leaves his ... Para concretar sus iniciativas digitales y trabajar de manera más eficiente en ...
Read more

Kamikaze - Wikipedia

... was iets te prematuur. Deze waren natuurlijk wel onder de indruk en zelfs bang, ... Zo knipten de piloten vaak wat haar en/of vingernagels af, ...
Read more

Eindexamen geschiedenis pilot havo 2009 - I

Eindexamen geschiedenis pilot ... • want op het schilderij wordt het verleden/het ontstaan van Nederland groots en ... waarschijnlijk een goede indruk ...
Read more

TVM maakt animatiefilm na ophef over pilot (+video)

‘Helaas is de indruk ontstaan dat cabines tijdens de pilot worden ... de privacy van de chauffeurs en vinden dat de pilot de schuldvraag van ...
Read more

inDruk po najaar 2011 by Stichting Kennisnet - issuu

... inDruk po najaar 2011, Author: Stichting Kennisnet, ... Het ontstaan van de Nederlandse taal en de ... in de groepen 5 tot en met 8. In deze pilot-
Read more

Le tableau de bord pour piloter votre entreprise

OBJECTIF Définir et mettre en place un tableau de bord de gestion Apprendre à mesurer la performance pour piloter l ... mmorandini@moselle.cci.fr.
Read more

CCI Ammunition - Home

CCI Ammo dealer nearest you. Search by City and State. Enewsletter. Become a member of our seasonal eNewsletter to get the latest news and information from ...
Read more