Arteveldehogeschool - Medical Management Assistant - Ziekenhuisregistratie deel 2 - minimale ziekenhuisgegevens

50 %
50 %
Information about Arteveldehogeschool - Medical Management Assistant -...

Published on March 3, 2014

Author: koendemeester1

Source: slideshare.net

4-3-2013 Ziekenhuisregistratie 17 MINIMALE ZIEKENH UISGEGEVENS - MZG Koen De Meester Adviseur beleidsinformatie AZ Sint-Lucas Gent koen.demeester @azstlucas.be FODVVVL. (2011). Registratierichtlijnen MZG - inleiding MZG MZG:minimale ziekenhuisgegevens (01-01-08) 18  Doelstellingen  Ondersteuning te voeren nationaal gezondheidsbeleid Het bepalen van de behoeften inzake ziekenhuisinstellingen Het vaststellen van de kwalitatieve en kwantitatieve erkenningnormen voor de ziekenhuizen en hun diensten  De organisatie van de financiering van de ziekenhuizen  Het uitstippelen van het beleid betreffende de uitoefening van de geneeskunde, de verpleegkunde en de paramedische beroepen  Het uitstippelen van een epidemiologisch beleid    Ondersteuning ziekenhuisbeleid  Benchmarking via een algemene en individuele feedback zodat de ziekenhuizen zich t.o.v. andere analoge ziekenhuizen kunnen situeren en daardoor hun intern beleid kunnen bijstellen MZG: toepassingsgebied 19  Alle verblijven binnen het BFM (budget financiële middelen)  Alle andere verblijven die minstens één overnachting omvatten  Alle daghospitalisatieverblijven  Alle verblijven van pasgeborenen  Alle verblijven van buitenlandse patiënten  Alle contacten op de spoedafdeling  Alle verblijven, excl. Consultaties & Medisch Technische diensten (medische beeldvorming, klinische biologie,…) 1

4-3-2013 MZG: structuur registratie (gelinkt) 20  MZG= 5 domeinen (24 bestanden)      SG- Structurele gegevens PG- Personeelsgegevens AG- Administratieve gegevens VG- Verpleegkundige gegevens MG- Medische gegevens (8 bestanden) (2 bestanden) (7 bestanden) (1 bestand) (6 bestanden)  Verschillende bestanden worden onderling gekoppeld en maken verdere verwerking/analyse mogelijk HOSPITAL (S1) HOSPCAMP (S2) ID_TRANS (A7) PATHOSPI (A1) TRANSPOR (A6) STAYHOSP (A2) TESTRESU (M5) STAYSPEC (A3) PATBIRTH (M4) STAYINDX (A4) PROCRIZI (M3) DIAGNOSE (M1) ASSOCIAT (S5) URGADMIN (M6) STAYUNIT (A5) CAMPUNIT (S3) ASSOSTAY (S6) PROCICD9 (M2) ITEMDIVG (N1) UNITINDX (S4) EMPLOPER (P1) EMPLODAY (P2) ASSOSPEC (S7) ASSOUNIT (S8) 21 Domein 1: structurele gegs 22  S1 HOSPITAL basisinformatie ziekenhuis  S2 HOSPCAMP gegevens over campussen  S3 CAMPUNIT Gegevens over verpleegeenheden/campus  S4 UNITINDX Gegevens over bedindexen per VPE  S5 ASSOCIAT Gegevens over associaties  S6 ASSOSTAY Gegevens over verblijven binnen assoc.  S7 ASSOSPEC Gegevens over specialismen binnen assoc.  S8 ASSOUNIT Gegevens over VPE + bedindexen binnen associatie 2

4-3-2013 Domein 2: personeelsgegs 23  P1 EMPLOPER Periodieke personeelsgegevens  P2 EMPLODAY Dagelijkse personeelsgegevens Domein 3: administratieve gegs 24  A1 PATHOSPI gegevens over patiënt  A2 STAYHOSP gegevens over verblijf  A3 STAYSPEC gegevens over verblijf in specialisme  A4 STAYINDX gegevens over verblijf in bedindex  A5 STAYUNIT gegevens over verblijf in verpleegeenheid  A6 TRANSPOR gebruikt transportmiddel naar ziekenhuis  A7 ID_TRANS lijst van niet-erkende ambulances Domein 3: administratieve gegs 25  A1 PATHOSPI gegevens over patiënt   Identiek nummer Geboortejaar 3

4-3-2013 Domein 3: administratieve gegs 26  A2 STAYHOSP gegevens over verblijf         Verblijfsnummer Opname- en ontslagdatum (datum/uur/min) Aard van verblijf Type van opname en ontslag Geslacht Verblijfplaats Leeftijdsindicatie ... Domein 3: administratieve gegs 27  A3 STAYSPEC gegevens over verblijf in specialisme    Code specialisme Volgnummer specialisme tijdens het verblijf Datum opname in specialisme Domein 4: verpleegkundige gegs 28  N1 ITEMDIVG Verpleegkundige items 4

4-3-2013 Domein 5: medische gegs 29  M1 DIAGNOSE gegevens over de diagnoses ICD-9-CM gegevens over de ingrepen PROCRIZI gegevens over de RIZIV-prestaties PATBIRTH geboortegegevens TESTRESU resultaten onderzoeken URGADMIN gegevens over de opname via spoed  M2 PROCEDUR  M3  M4  M5  M6 Technische procedure 30 Back Office REGISTRATIE Medische gegevens (MG-MZG) 31  Rapportering pathologieprofiel patiënt (dagelijks)  Bepaling casemix ziekenhuis  Bepaald bij ontslag uit het ziekenhuis  Verwerkt per semester, max. 6 maand na afloop  Bedoeld voor FOD Volksgezondheid (≠ RIZIV) 5

4-3-2013 Codering MG-MZG obv. ICD-9-CM codes 32  Wie doet wat?  Bronregistratie door de arts   Standaard: ontslagbrief in het medische en verpleegkundig dossier Codering door gedecideerde codeercel ICD-9-CM codes (~15.000)  Diagnose – Procedure – Status  Codeerregels & -richtlijnen FOD  Strikt vastgelegde hiërarchie in gebruik codes  Gevalideerde data relevant aan verblijf  Bijkomende specificaties zonder invloed op ligduur  International Classification of Diseases, 9th Revision, Clinical Modification Verwerking MG-MZG via APR-DRG 33  All-Patient Refined DRG’s versie 15-27  Standaardtoewijzing volgens drie assen  APR-DRG (355 volwaardige + 2 rest)  Homogene groepen van patiënten: «case-mix»    Ernst van ziekte (severity of illness) : SOI 1-4   qua klinische toestand van de patiënt qua gebruik van ziekenhuismiddelen Op basis van nevendiagnose, en interactie tussen nevendiagnose(s), leeftijd, hoofddiagnose en de aanwezigheid van sommige procedures Mortaliteitsrisico (risk of mortality of ROM)  Softwarematig algoritme (FOD + intern) All-Patient Refined Diagnosis Related Group Van ICD-9-CM naar APR-DRG 34  Eerste stap hoofddiagnose, nevendiagnose(n), procedure(s) codering door registratie-cel ICD-9-CM codes (< CDC Atlanta, US) ~ hoofddiagnose ~ leeftijd & geslacht ~ aard van ontslag ~ geboortegegevens 25 MDC’s Major Diagnostic Categories Orban A .(2006) 6

4-3-2013 Van ICD-9-CM naar APR-DRG 35 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 Zenuwstelsel Oog Neus, keel en oren Ademhalingsstelsel Hartvaatstelsel Spijsverteringsstelsel Hepatobiliair stelsel en pancreas Bewegings- en bindweefselstelsel Huid, subcutis en mamma Endocriene, voedings- en stofwisselingsziekten Nier- en urinewegen Mannelijke geslachtsorganen Vrouwelijke geslachtsorganen Zwangerschap, bevalling en kraambed 15 Pasgeborenen en perinatale aandoeningen 16 Ziekten bloed/bloedvormende organen/immunologisch 17 Myeloproliferatieve ziekten/weinig gedifferentieerde nieuwvormingen 18 Infectie- en parasitaire ziekten 19 Psychische stoornissen 20 Alcohol- en druggebruik 21 Ongevallen/vergiftigingen/toxische effecten geneesmiddelen 22 Brandwonden 23 Factoren die de gezondheid beïnvloeden 24 Multipele traumata 25 HIV-infectie Orban A .(2006) Van ICD-9-CM naar APR-DRG 36  Tweede stap hoofddiagnose, nevendiagnose(n), procedure(s) codering door registratie-cel: ICD-9-CM 25 MDC’s Major Diagnostic Categories – procedure(s) + Medische MDC Chirurgische MDC Orban A .(2006) Van ICD-9-CM naar APR-DRG 37  Derde stap hoofddiagnose, nevendiagnose(n), procedure(s) codering door MKG-cel: ICD-9-CM eerste onderverdeling: 25 MDC’s 25 medische 25 chirurgische MDC’s MDC’s type diagnose ~ nevendiagnose(n) ~ ~ type ingreep ~ nevendiagnose(n) DRG DRG DRG DRG DRG DRG Orban A .(2006) 7

4-3-2013 Van ICD-9-CM naar APR-DRG 38  Diagnosis Related Groups: 357 in totaal    Oorspronkelijk ontwikkeld in Yale (US) Varianten tegenwoordig in gebruik in vrijwel alle Westerse landen Homogene groepen van patiënten: «case-mix»   qua klinische toestand van de patiënt qua gebruik van ziekenhuismiddelen • • • •  diagnostische technieken therapeutische interventies verblijfkosten … België: APR-DRG’s = “all patient refined” v.1527 355 volwaardige + 2 rest-DRG’s Orban A .(2006) Van ICD-9-CM naar APR-DRG 39 APR-DRG’s in MDC 14 (verloskunde)  Medische DRG’s  Chirurgische DRG’s 560 561 540 541 562 563 564 565 566 vaginale bevalling aandoeningen in het postpartum en post abortus, zonder ingrepen ectopische zwangerschap dreigende abortus abortus, zonder dilatatie en curettage, aspiratie curettage of hysterotomie valse arbeid andere aandoeningen in het antepartum 542 543 544 keizersnede vaginale bevalling met sterilisatie en/of dilatatie en curettage vaginale bevalling met ingrepen, behalve sterilisatie en/of dilatatie en curettage aandoeningen in het postpartum en na abortus, met ingrepen abortus, met dilatatie en curettage, aspiratie curettage of hysterotomie Orban A .(2006) Van ICD-9-CM naar APR-DRG 40  Stap 4 355 volwaardige APR-DRG’s Diagnosis Related Groups ~ hoofddiagnose ~ nevendiagnose(n) ~ procedure(s) ~ leeftijd & geslacht + interactie tussen factoren SOI: 1, 2, 3, 4 severity of illness ROM: 1, 2, 3, 4 risk of mortality Orban A .(2006) 8

4-3-2013 Van ICD-9-CM naar APR-DRG 41 ICD-9-CM  Overzicht Major Diagnostic Category (MDC) hoofddiagnose leeftijd geslacht aard ontslag geboortegewicht procedure type diagnose ± nevendiagn. Medisch DRG DRG SOI Chirurgisch DRG DRG ROM 1 = zwak 2 = matig 3 = majeur 4 = extreem DRG SOI DRG type ingreep ± nevendiagn. ROM 1 = zwak 2 = matig 3 = majeur 4 = extreem Orban A .(2006) Verwerking MG-MZG via APR-DRG 42  In België wordt voor ziekenhuisfinanciering APR- DRG verder onderverdeeld in leeftijdsklassen:    < 75 jaar (SOI 1 of 2) ≥ 75 jaar (SOI 1 of 2) Gfin (alle severity- niveaus door elkaar)  Geriatrische patiënten die  Indien gemiddelde leeftijd G-dienst ≥ 75 jaar: • ≥ 10 ligdagen op kenletter G • Ligduur ≥ 30 % langer dan gemiddelde verblijfsduur (≥75 jaar; =APR-DRG; =SOI)  Niet-Gfin (SOI 3 of 4) Verwerking MG-MZG via APR-DRG 43  APR-DRG zorgen ervoor dat patiënten met gelijkvormige kenmerken (medisch + financieel) kunnen vergeleken worden  Nationale casemix = samenstelling van al deze vergelijkbare patiënten binnen België  Casemix van het ziekenhuis =populatie van het ziekenhuis beschreven obv APR-DRG’s  Maakt ziekenhuizen onderling vergelijkbaar 9

4-3-2013 Gebruik MG-MZG in ziekenhuisfinanciering 44  De Belgische praktijk…  5 financieringsbronnen voor werking ziekenhuis . Budget van Financiële Middelen (BFM; FOD Volksgezondheid); dit is het werkingsbudget van een ziekenhuis  Overeenkomsten tussen ziekenfondsen en ziekenhuizen (afkomstig van het RIZIV); in hoofdzaak om forfaits dagziekenhuis (excl.forfait chirurgische dagziekenhuis  BFM)  Overeenkomsten tussen ziekenfondsen en artsen (afkomstig van het RIZIV); dit zijn de honoraria waarvan via de algemene regeling van het ziekenhuis een deel via afdrachten terug vloeit naar het ziekenhuis (o.a. forfait KB, MBV)  Vergoeding voor geneesmiddelen (geneesmiddelenforfait), medische en farmaceutische producten  Bijdrage van de patiënt (remgeld)   Pathologie speelt steeds grotere rol in berekeningsbasis (bij BFM) Gebruik MG-MZG in ziekenhuisfinanciering 45  De Belgische praktijk…  Ziekenhuis met “zwaardere” case-mix heeft recht op  Meer ligdagen & bedden Meer verantwoorde bedden  Meer activiteit intensieve zorgen  Hogere verantwoorde ligduur IZ  Hoger geneesmiddelenverbruik  Hogere forfait PHARMA  Meer uitgaven medische beeldvorming  Hogere forfait MBV  Meer labo-onderzoeken  Hogere forfait klinische biologie Betere financiering Gebruik MG-MZG in ziekenhuisfinanciering 46  De Belgische praktijk…  Ziekenhuis met “zwaardere” case-mix heeft recht op  Meer ligdagen & bedden Meer verantwoorde bedden  Meer activiteit intensieve zorgen  Hogere verantwoorde ligduur IZ  Hoger geneesmiddelenverbruik  Hogere forfait PHARMA  Meer uitgaven medische beeldvorming  Hogere forfait MBV  Meer labo-onderzoeken  Hogere forfait klinische biologie 10

4-3-2013 Bepaling verantwoorde ligduur: BFM B2 47  BFM     het dienstjaar T waarin het BFM wordt vastgesteld stemt overeen met de periode die begint op 1 juli van jaar T en eindigt op 30 juni van jaar T+1 Deel A (A1-A3) ~investeringen Deel B (B1-B9) ~dagelijkse werking Deel C (C1-C4) ~bijpassingen  B2: klinische diensten   voornamelijk de kosten van verplegend en verzorgend personeel, de kosten van de courante geneesmiddelen en van de medische verbruiksgoederen +/- 45% BFM Bepaling verantwoorde ligduur: BFM B2 48  Gesloten budget  Verdeling obv een puntensysteem  Door het nationale B2 budget te delen door het nationaal aantal punten bekomt men jaarlijks een waarde per punt. Deze puntenwaarde vermenigvuldigt met het aantal punten van het eigen ziekenhuis bepaalt het B2 budget van dat ziekenhuis.  Het puntensysteem zit als volgt in elkaar:    Basis budget: punten bepaald overeenkomstig het soort en het aantal verantwoorde bedden. Aanvullende budget: extra punten toegekend voor C, D, E en intensieve bedden obv positie in nomenclatuur, MG-MZG en VGMZG tov andere ziekenhuizen (de decielen genoemd) Divers budget: aantal punten voor nevendiensten (OK , spoed, sterilisatie, medische producten, … ) Bepaling verantwoorde ligduur: NGL 49  De nationale gemiddelde verblijfsduur per DRG voor de 3 meest recente jaren ( bv. financiering 01/07/2012: 2007, 2008, 2009)     Per APR-DRG en severityklasse Per leeftijdsgroep: <75jaar, >75jaar, Gfin Onderscheid in normale verblijven, kleine outliers, grote outliersI en II Restverblijven, foutieve verblijven, andere verblijven 11

4-3-2013 Bepaling verantwoorde ligduur: verblijven 50  Normale verblijven  Kleine outliers:  verblijfsduur ≤ (EXP(lnQ1 –2 x (lnQ3 –lnQ1))).  deze benedengrens is ten minste drie dagen lager dan de gemiddelde standaardligduur.  de verblijven waarvan patiënten slechts 1 dag in het ziekenhuis verblijven en dan naar een ander ziekenhuis worden overgebracht worden eveneens als kleine outliersgemerkt.  Grote outlierstype I  verblijfsduur > Q3 + 4 * (Q3 –Q1).  Grote outlierstype II  verblijfsduur > Q3 + 2 * (Q3 –Q1) maar < onder de bovengrens van de type I verblijven.  de type-IIbovengrens ligt minstens 8 dagen hoger dan de gemiddelde verblijfsduur voor die diagnosegroep Bepaling verantwoorde ligduur: performantie 51  RGL: Reëel ligduur  aantal nachten tussen opname en ontslag, na toepassing wettelijke tarificatie- & facturatieregels  VAL: Verantwoorde ligduur  terugbetaald  ligduur na toetsing van het patiëntenprofiel aan de nationale gemiddelde ligduur (NGL) per APR-DRG SOI  leeftijdscategorie (<75, ≥ 75 of G-fin) van de 3 meest “recente” gekende jaren    TLD: Teveel aan ligdagen  ligduurperformant?  RGL - VAL Bepaling verantwoorde ligduur: performantie 52 N APR-DRG n, SOI x VAL = NGL VAL = NGL + (RGL – grens outliers type 2) VAL = RGL VAL = RGL RGL Kl Kl NGL Inliers Gr2 Gr1 Gr type 2 Gr type 1 12

4-3-2013 53 Luyten L. (2010) 54 Luyten L. (2010) 55 Luyten L. (2010) 13

4-3-2013 56 Luyten L. (2010) 57 Luyten L. (2010) Bepaling verantwoorde bedden: financiering 58 # verantwoorde ligdagen #verantwoorde bedden = ____________________ normatieve bezettingsgraad x 365  normatieve bezettingsgraden ~ type afdeling (kenletter)  voor de E- en M-bedden : 70 %  voor de C, D, L, B en H-bedden : 80 %  voor de G-bedden : 90 % 14

4-3-2013 Bepaling verantwoorde bedden: financiering 59  Van bedden naar punten o.b.v. bestaffingsvereisten… Sermeus, W., de Belgische ziekenhuisfinanciering ontcijferd, Acco 2006 Bepaling verantwoorde ligduur: België 60 Dexia , MAHA analyse Gebruik MG-MZG in ziekenhuisfinanciering 61  De Belgische praktijk…  Ziekenhuis met “zwaardere” case-mix heeft recht op  Meer ligdagen & bedden Meer verantwoorde bedden  Meer activiteit intensieve zorgen  Hogere verantwoorde ligduur IZ  Hoger geneesmiddelenverbruik  Hogere forfait PHARMA  Meer uitgaven medische beeldvorming  Hogere forfait MBV  Meer labo-onderzoeken  Hogere forfait klinische biologie 15

4-3-2013 Bepaling Nperciz: verantwoord gebruik IZ 62  Financiering Intensieve zorgen obv drie criteria    reanimatieprestaties in C- , D-, en E-diensten de minimale verpleegkundige gegevens NPERCIZ  NPERCIZ   = Nationale Percentage van verblijven op Intensieve Zorg Vergelijk per DRG – SOI…  Gemiddelde percentage dat patiënten in Belgische ziekenhuizen gebruik maken van intensieve zorg schommelt in België rond de vier procent, wetende dat de verdeling van DRG’s die gebruik maken van intensieve zorg erg scheef is (heel weinig DRG’s maken gebruik van intensieve zorg). Gebruik MG-MZG in ziekenhuisfinanciering 63  De Belgische praktijk…  Ziekenhuis met “zwaardere” case-mix heeft recht op  Meer ligdagen & bedden Meer verantwoorde bedden  Meer activiteit intensieve zorgen  Hogere verantwoorde ligduur IZ  Hoger geneesmiddelenverbruik  Hogere forfait PHARMA  Meer uitgaven medische beeldvorming  Hogere forfait MBV  Meer labo-onderzoeken  Hogere forfait klinische biologie Bepaling forfait geneesmiddelen 64  Ziekenhuizen krijgen forfaitbedrag toegewezen per patiënt per opname waarmee “medicatie binnen forfait” dient bekostigd te worden.  Gekoppelde verblijven (MG-MZG – MFG)  Toepassing wordt het nationaal gemiddeld geneesmiddelen verbruik per APR-DRG en per SOI toegepast op de casemix van het ziekenhuis (MKG-gegevens 2007 gebruikt voor forfait 2010).  Niet-gekoppelde verblijven (±4%); outliers (ligduur) en rest-DRG’s  reële consumptie 16

4-3-2013 Gebruik MG-MZG in ziekenhuisfinanciering 65  De Belgische praktijk…  Ziekenhuis met “zwaardere” case-mix heeft recht op  Meer ligdagen & bedden Meer verantwoorde bedden  Meer activiteit intensieve zorgen  Hogere verantwoorde ligduur IZ  Hoger geneesmiddelenverbruik  Hogere forfait PHARMA  Meer uitgaven medische beeldvorming  Hogere forfait MBV  Meer labo-onderzoeken  Hogere forfait klinische biologie Bepaling forfait medische beeldvorming 66  Ziekenhuizen krijgen forfaitbedrag toegewezen per patiënt per opname waarmee alle aangevraagde en uitgevoerde onderzoeken medische beeldvorming dienen vergoed te worden.  Bepaling Medische Beeldvormingsindex   Verbruik medische beeldvorming per DRG – SOI Toegewezen forfaitbedrag is sommatie van de gemiddelde uitgaven van elk type patiënt Gebruik MG-MZG in ziekenhuisfinanciering 67  De Belgische praktijk…  Ziekenhuis met “zwaardere” case-mix heeft recht op  Meer ligdagen & bedden Meer verantwoorde bedden  Meer activiteit intensieve zorgen  Hogere verantwoorde ligduur IZ  Hoger geneesmiddelenverbruik  Hogere forfait PHARMA  Meer uitgaven medische beeldvorming  Hogere forfait MBV  Meer labo-onderzoeken  Hogere forfait klinische biologie 17

4-3-2013 Bepaling forfait klinische biologie per ligdag 68  Ziekenhuizen krijgen forfaitbedrag toegewezen per ligdag waarmee labo-onderzoeken dienen vergoed te worden.  Zeer complexe berekening     Pathologiezwaarte = klinische biologie index = nationaal gemiddelde uitgave aan klinische biologie voor een bepaalde APR-DRG en een bepaalde ernstgraad (36%) Nationale daggemiddelde uitgaven klinische biologie per kenletter (45%) Bedden voor intensieve zorgen (7.5%) Permanente fysische aanwezigheid van 1 laboratoriumtechnoloog (11%) Gebruik MG-MZG in ziekenhuisfinanciering 69  De Belgische praktijk…  Ziekenhuis met “zwaardere” case-mix heeft recht op  Meer ligdagen & bedden Meer verantwoorde bedden  Meer activiteit intensieve zorgen  Hogere verantwoorde ligduur IZ  Hoger geneesmiddelenverbruik  Hogere forfait PHARMA  Meer uitgaven medische beeldvorming  Hogere forfait MBV  Meer labo-onderzoeken  Hogere forfait klinische biologie Betere financiering De prijzen worden verdeeld a/d finish 70  Investeren in kwaliteit van codeerteam  Opleiding   Intern/extern Inlooptraject + continue bijscholing voor experts  Kwaliteitscontrole  Benchmarking IT-ondersteuning     Interne/externe audit Data Quality Editor Natural language processing 18

4-3-2013 Natural language processing 71  Zijn computers de codeurs van morgen? http://www.youtube.com/watch?v=aIcxOIRq718 Bepaling verantwoorde ligduur: 72 in de praktijk…  Ziekenhuis met “zwaardere” case-mix heeft recht op           Meer ligdagen & bedden Meer verantwoorde bedden Hoger geneesmiddelenverbruik Hogere forfait PHARMA Meer uitgaven medische beeldvorming Hogere forfait MBV Meer labo-onderzoeken Hogere forfait MBV Meer activiteit intensieve zorgen Hogere verantwoorde ligduur IZ Betere financiering Controlemechanisme = FOD audit 73  “at random” (+/-1x/j) of “knipperlicht”  Resultaten willekeurige audits door de FOD voor de MKG periode 2003 V % D Geanalyseerde verblijven 2158 Verblijven zonder onenigheden 1326 61.5 832 38.6 -28.23 Verblijven met foutieve codes zonder weerslag op gebied van APR-DRG / SOI 574 26.7 0 Verblijven met een verandering van APR-DRG en eventueel SOI Verblijven met onenigheden 100.0 142 6.6 8.75 Verblijven met een toename van SOI zonder verandering van APR-DRG 51 2.4 148.28 Verblijven met een daling van SOI zonder verandering van APR-DRG 65 3.0 -185.26 19

4-3-2013 Gebruik MG-MZG als basis voor kwaliteit 74  Toekomstmuziek?  Financiering ziekenhuizen afstemmen op kwaliteit van zorg  Ingevoerd in 2013  Technische mogelijk om strikt omlijnde definities op te maken  upcoding binnen MG-MZG leidt op deze manier tot negatieve resultaten mbt kwaliteit  Momenteel in onderzoek  hot topic 20

Add a comment

Related presentations

Related pages

medicalmanagementassistant.wikispaces.com

... 2011EindwerkMarktonderzoek profiel‘Medical Management Assistant ... Arteveldehogeschool Voetweg 669000 ... minimale ziekenhuisgegevens ...
Read more

SWITCH | Arteveldehogeschool

... management assistant, ... Ook de andere opleidingen aan de Arteveldehogeschool bieden ... Sowieso verwerf je een groot deel van de leerstof ...
Read more

4 Medische registratie - ODISEE

2. taken uitvoeren met aandacht voor ... (Afstudeerrichting medical management assistant) 180 sp ... Vertrekkende vanuit een theortische deel wordt ...
Read more

TRANSIT-Informationsseite: www.denic.de

TRANSIT-Informationsseite. Die aufgerufene Domain ist derzeit nicht erreichbar. Der Domaininhaber bzw. der administrative Ansprechpartner ist bereits über ...
Read more

Nursing - Wikipedia, the free encyclopedia

7.5.2.2 Midwifery; 7.5.2.3 Nursing Assistant; ... This has been the cause of a great deal of debate in both medical and nursing ... few holidays, minimal ...
Read more

Customer Service Representative (CSR) Salary (United States)

The average pay for a Customer Service Representative ... A skill in Customer Relationship Management ... Currency: USD | Updated: 2 Jul 2015 ...
Read more

Best Electronic Medical Records Software | 2015 Reviews of ...

Top Electronic Medical Records (EMR) Software Products Use Capterra to find the best EMR / EHR software for your medical practice.
Read more